In gesprek met afzwaaiend psychiater Dirk De Wachter en startend
psychiatrisch verpleegkundige Anthony Hosse
Over beginnen en afronden
De ene staat aan het begin van zijn loopbaan, de andere laat na meer dan drie decennia het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven langzaam los. Toch spreken Dirk de Wachter en Anthony Hosse opvallend vaak dezelfde taal. Over tijd nemen, over nabijheid, over luisteren en over verbinding.
Anthony Hosse is 25 en werkt sinds enkele maanden als verpleegkundige in het UPC KU Leuven op een afdeling voor ouderen met cognitieve aandoeningen. Dirk De Wachter is 65, psychiater, en al sinds 1990 verbonden aan het ziekenhuis. Hij is expert in systeem- en gezinstherapie en verantwoordelijk voor het dagactiviteitencentrum Herstelhuis.
Daarnaast is hij verbonden aan de KU Leuven als opleider en supervisor in de gezins-therapie, heeft hij een privépraktijk in Antwerpen en ken je hem ongetwijfeld van zijn boeken of lezingen. Hun rollen zijn verschillend, hun ervaring niet te vergelijken, maar hun blik op geestelijke gezondheidszorg raakt aan dezelfde kern: aandacht, mildheid en het besef dat menselijkheid niet versneld kan worden.
Vele puzzelstukjes maken één geheel
Anthony beschrijft zijn werk bedachtzaam. “Ik werk op de afdeling cognitieve aan-doeningen. Dat is voornamelijk ouderen-psychiatrie. Mensen worden bij ons opgenomen met een cognitieve problematiek, vaak binnen een dementieel beeld, maar het kan ook breder gaan, bijvoorbeeld richting neurocognitieve problematieken. Het is ook een diagnostische afdeling, wat ons kan helpen om iemand de juiste richting uit te sturen, maar we kijken nooit alleen naar die diagnose. We kijken naar de hele context van iemand, naar het levensverhaal.”
Dat levensverhaal wordt samen met de naasten van een patiënt gelegd. “We doen familiegesprekken met kinderen, partners, andere familieleden. We spreken over hoe iemand vroeger in het leven stond, hoe die persoon functioneerde, en wat er veranderd is.”
Wat Anthony daarin aanspreekt, is het multidisciplinaire karakter. Als verpleegkundige is hij een centrale schakel in dat proces.
“Onze observaties zijn belangrijk. Hoe iemand zich gedraagt op de afdeling, hoe het contact verloopt, hoe iemand reageert op structuur of net op verandering. Dat zijn dingen die wij dagelijks zien. Maar iedere rol is onmisbaar: de maatschappelijk werker, de psycholoog, de psychiater, de ergotherapeut en de kinesitherapeut. Iedereen heeft een puzzelstukje dat nodig is om het volledige plaatje te zien.”
Dirk knikt instemmend. “De verpleeg-kundigen staan het dichtst bij de patiënt. Zij doen het dagelijkse werk en kennen de mensen van heel nabij. Ik zie patiënten vaak maar één keer per week. Het doordeweekse beleid wordt gedragen door de assistenten en het team. Maar de verpleegkundigen zijn degenen die het snelst aanvoelen wanneer er iets verandert dat van belang is.”
Een roeping die lang meegaat
Dirk wist al vroeg welke richting hij op professioneel vlak uit wou. “Al toen ik vijftien, zestien was, wist ik dat ik psychiater wou worden.” Hij vertelt hoe een leraar Nederlands hem kennis liet maken met het boek De Avonden van de Nederlandse schrijver Gerard Reve. “Dat boek is eigenlijk een monologue intérieur, de gedachten van een mens. En die leraar deed daarna iets wat ik alle leraren zou aanraden: hij gaf een les buiten de eindtermen. Het is goed dat eindtermen bestaan, want dan weet je
wanneer je er buiten kan gaan (lacht).”
“Die les ging over Freud, Adler en Jung. Ik heb een heel uur niet geademd, denk ik. Ik was totaal gefascineerd. Ik ben beginnen lezen, heel veel beginnen lezen. In boeken uit de bibliotheek, want het internet bestond nog niet. En dan ben ik geneeskunde gaan studeren om psychiatrie te doen. Tot vandaag is dat de juiste keuze geweest. Als de psychiatrie niet had bestaan, dan hadden ze die voor mij moeten uitvinden. Dit is mijn wezen. Mijn roeping.”
Anthony’s keuze voor de psychiatrie was minder uitgesproken, maar daarom niet minder bewust. “Ik ben naar een info-moment gegaan van een hogeschool en dat was voor mij de aanzet om verpleegkunde te doen.” Pas tijdens zijn stages werd zijn interesse in de geestelijke gezondheidszorg concreet. “De eerste stage die ik als psychiatrisch verpleegkundige deed, was op een psychoseafdeling in de forensische psychiatrie. Dat vond ik best spannend. Maar de sector bleef me aantrekken. Mijn laatste stage deed ik op de afdeling waar ik nu werk. Ik vond hier een heel fijn team en een heel leerrijke stage. Dat heeft mij doen inzien dat ik hier verder wou gaan.”
Die eerste maanden ervaarde hij als intens. “Je werkt met mensen die erg kwetsbaar zijn. Zeker bij ouderen met cognitieve aandoeningen is communicatie soms moeilijk. Dan gaat het over nabijheid: een hand vasthouden, aanwezig zijn. Als het moeilijk loopt, neem ik het voor hen op. Sommige patiënten kunnen niet altijd verwoorden wat er in hen omgaat. Dan probeer ik dat te vertalen, in overlegmomenten bijvoorbeeld.”
“Als de psychiatrie niet had bestaan, dan hadden ze die voor mij moeten uitvinden. Dit is mijn wezen. Mijn roeping.”
Dirk De Wachter
Samen dragen wat zwaar is
Een job in de geestelijke gezondheidszorg raakt, en snijdt soms diep. Dat ontkennen Dirk en Anthony geen van beiden. “Ons werk gaat nu eenmaal over verdriet, verlies, tekort”, zegt Dirk. “Toen mijn dochter een kleuter was, omschreef ze mijn job ooit als ‘verdrietdokter’. Mijn dochter heeft ondertussen zelf kinderen, dus je kan nagaan hoe lang dat geleden is. Maar het is me altijd bijgebleven. Zo treffend vond ik dat.”
Dat verdriet hoeft hij gelukkig niet alleen te dragen. “Zeker in het ziekenhuis kan je heel veel delen met je team. Voor psychiaters zijn er ook intervisie- en supervisiegroepen om die dingen te bespreken. En dat is allemaal heel waardevol, maar het allerbelangrijkste voor mij is dat ik thuis kan komen bij mijn vrouw. Zij is zelf huisarts en al veertig jaar mijn belangrijkste toetssteen.”
Anthony zoekt die steun vooral bij ervaren collega’s. “Als ik iets meemaak dat veel impact op me heeft, ga ik praten met collega’s die hier al langer werken. Dan vraag ik hoe zij daarmee omgaan, of wat zij op zo’n moment zouden doen. Ik heb ook een buddy op de werkvloer. Die stuurt mij bij waar nodig, helpt me om mijn observaties te structureren, om in teambriefingen mijn stem te laten horen. Dat is als starter echt een grote hulp.”
Wachten als daad van verzet
Eind vorig jaar verscheen het nieuwe boek van Dirk: Wachten, een levenshouding. In de zorgsector wordt wachten nogal vaak geassocieerd met negativiteit: niemand van ons wil wachten op een medisch verdict, of horen dat er een eindeloze wachtlijst is voor je aan bod komt voor een bepaalde behandeling. “Net daarom heb ik dit boek geschreven”, zegt hij. “Wachten is geen passief nietsdoen. Waarmee ik niet wil zeggen dat wachten niet moeilijk kan zijn. En ja, wachtlijsten zijn lastig. Maar dat is ook niet het wachten dat ik bedoel.”
“Ik heb het in mijn boek over geduldig kunnen zijn, je tijd nemen, niet te vlug oordelen. Bedachtzaam zijn. Nadenken voor je iets doet. In de geneeskunde heet dat watchful waiting. Wachten, maar heel aandachtig. Niet: ik wacht wel wat en trek uw plan. Nee. Ik wacht samen met u. Ik let heel goed op en ik luister. Het is een pleidooi om soms zelf wat stil te zijn. Om geduldig de tijd te nemen. Altijd hoopvol en mild.”
Anthony herkent dat onmiddellijk. “Op onze afdeling is het belangrijk om even te vertragen. Vaak willen patiënten zo snel mogelijk naar huis, maar voor een correcte diagnose is er tijd nodig. Om te observeren, om te zien of er bepaalde veranderingen optreden, om testen te doen. Veel wachten dus. En zien hoe iemand daarmee omgaat alleen al kan soms zinvol zijn.”
Blijf verwonderd, blijf verbonden, blijf jong
Dirk bereidt zich voor op een nieuw hoofdstuk. Of toch niet (helemaal)? “Ik kom net terug van een gesprek met de directie. Mijn functie stopt eind maart, of toch mijn huidige functie. Want zo gaat dat met professoren die nog geen zin hebben om helemaal te stoppen: die kunnen nog emeritus met opdracht worden. Vanaf april ga ik hier nog één dag per week aanwezig zijn, voor consultaties en wat andere zaken. Ik ga dus inderdaad op pensioen, maar niet helemaal. Daarnaast heb ik ook een privé-praktijk, dus ik blijf zeker nog actief. Maar een beetje rustiger aan mag nu ook wel. Alles op zijn tijd. De jeugd aan zet!”
Anthony staat nog maar aan het begin van zijn carrière, maar voelt nu al hoeveel hij in zijn job kan betekenen voor anderen. “Ik kan een sleutelfiguur zijn voor iemand. Dat neem ik mee naar huis na mijn shift.”
Als we Dirk als afsluiter vragen wat hij Anthony nog wil meegeven, hoeft hij niet lang na te denken. “Blijf verwonderd. Blijf geëngageerd. Blijf verbonden met je collega’s. Blijf jong. Dan is dit het mooiste beroep dat er bestaat.”
“Ik kan een sleutelfiguur zijn voor iemand. Dat neem ik mee naar huis.”
Anthony Hosse