WEEK VAN
DE ZORG
dagen
uren
minuten
seconden
WEEK VAN
DE ZORG
dagen
uren
minuten
seconden

De kracht van multidisciplinaire revalidatie

In een aparte vleugel van het AZ Delta in Roeselare ontstond vijf jaar geleden een uniek concept: Sport’R, een multidisciplinair centrum dat sporters van alle niveaus begeleidt bij revalidatie en preventie. Waar klassieke zorg vaak versnipperd is, brengt Sport’R artsen, kinesisten, psychologen en trainers – zoals kinesitherapeut Lowie Sinnesael en sport- en revalidatiearts Carl Verduyn – letterlijk en figuurlijk samen onder één dak. Het resultaat? Een snelle diagnose, efficiënte samen-werking en begeleiding die verder gaat dan genezen alleen. “We willen geen concurrent zijn van privépraktijken, maar complementair werken met één gemeenschappelijk doel: het welzijn van de patiënt.”

Lowie Sinnesael
dr. Carl Verduyn

Wie zijn Lowie Sinnesael en dr. Carl Verduyn?​

Lowie Sinnesael en dr. Carl Verduyn  zijn respectievelijk kinesitherapeut en arts bij Sport’R, een multidisciplinair team dat zich binnen AZ Delta richt op sportgerichte patiënten.

Sport’R is ondergebracht in een aparte vleugel van het ziekenhuis. Wat is de filosofie daarachter? 

Lowie: “Toen vijf jaar geleden de nieuwe vleugel van het ziekenhuis openging, betekende dat ook de start van Sport’R. Het idee was om alle sportmedische expertise samen te brengen op één plek. Vroeger zaten sporters tussen andere patiënten, maar sportgericht werken vraagt een specifieke aanpak met aangepaste infrastructuur. Deze plek is dan ook speciaal gebouwd om onze werking optimaal te laten renderen. Er is bijvoorbeeld een basketveld en een kunstgrasveld om buiten aan revalidatie te doen; ideaal voor een voetballer die in de laatste fase van zijn kruisbandletsel zit. We zitten ook letterlijk allemaal in dezelfde gang. Dat is toch wel bijzonder.”

En ‘we’, dat zijn …?

Carl: Zes sportartsen, vier kinesisten, drie ergotherapeuten, een physical trainer, een psycholoog, een sportdiëtist, een sport­podoloog en een inspanningsfysioloog. Zeven disciplines werken nu onder één dak samen om een sporter te helpen revalideren na een letsel. Dat kan een spierscheur zijn door een voetbalwedstrijd, maar evengoed een ski- of fietsongeval. Daarnaast ondersteunen we een tiental sportclubs in hun pre-season screening.  Het gaat dan om lokale clubs zoals Rumbeke of Hooglede, maar ook KV Oostende of Cercle Brugge komen hier langs.”  

Begeleid sporten dus met veel aandacht voor recreatieve sporters. 

Carl: “Inderdaad. De bejaarde dame die revalideert na een heupoperatie, komt niet op onze dienst terecht. De recreatieve sporter die één of twee keer per week traint en zich wil laten begeleiden wel. Die groep is goed voor negentig procent van onze patiënten. Voor topsporters werken we dan weer aanvullend. Zij revalideren sowieso ook op de club.”

Start-up binnen het ziekenhuis

Samenwerken over disciplines heen: het is niet altijd een succesverhaal. Hoe slagen jullie erin om een goed team te vormen? 

Lowie: “Dankzij onze horizontale structuur. Carl en ik leiden officieel het team, maar we geven iedereen maximale ruimte en auto­nomie om het beste uit elke patiënt te halen. Onze dienst voelt eigenlijk vaak als een start-up binnen het ziekenhuis. Bij Sport’R verwachten we meer flexibiliteit van een therapeut dan op andere afdelingen, maar dat zeggen we ook duidelijk bij het aanwerven. Het is vooral een kwestie van de juiste mensen samen te zetten om hetzelfde doel na te streven. Samen opleidingen volgen over disciplines heen, werkt trouwens ook heel verbindend. En vergeet ons secretariaats­team niet, de olie van onze werking.”

Carl: “Samenwerking gaat ook verder dan ons team. Jaarlijks nodigen we alle kine’s en sportclubs uit de regio uit op een infoavond. Die afstemming is heel belangrijk, want we willen hun werking niet doorkruisen, maar aanvullend en complementair werken als het eens nodig is en een bepaalde patiënt vastloopt. In een ziekenhuis hebben we bepaalde apparatuur die een privé-kine misschien niet heeft. Zo gebeurt het wel eens dat een patiënt één keer per week bij ons komt en verder naar zijn vertrouwde praktijk blijft gaan – die meestal ook interdisciplinair werkt. Het doel is om de patiënt zo goed mogelijk te helpen. We willen geen concurrent zijn van de kine’s uit de buurt”

“Veel lopers en fietsers kijken constant naar hun horloge en verliezen zo een stuk van het plezier. Dat is niet de bedoeling van preventie.”

Hoe maken jullie precies het verschil?

Lowie: “Elke week zitten we samen met de artsen en het team om de patiënten te overlopen. In het patiëntendossier kan elke collega ook alles nalezen, waardoor we meteen zien of er ook andere problemen spelen. Doordat we ons in het ziekenhuis bevinden, hebben we alles snel ter beschikking. Denk maar aan scanners: bij ons moet iemand geen vier weken wachten op een echo of een MRI, want het kan gewoon op onze gang. Daardoor kunnen we snel handelen.”

Kan je een voorbeeld geven?

Carl: “Jonge atleten kunnen lijden aan Relative Energy Deficiency in Sport (RED-S). Dat zien we vooral bij vrouwen, zeker in sporten waar fysiek en esthetiek sterk samen­hangen, zoals dans. Zo had een van onze patiënten een verkeerd voedingspatroon, waardoor ze al twee jaar lang stress­fracturen ontwikkelde. De psycholoog zag dat het mentaal niet zo goed ging, de diëtiste bestudeerde haar eetgewoonten en op een MRI ontdekten we de stressfracturen. Dankzij onze interdisciplinaire werking kregen we dus heel snel zicht op het volledige plaatje. Omdat alles onder hetzelfde dak zit, hebben patiënten ook niet het gevoel dat ze van het kastje naar de muur gestuurd worden.”

Jullie werken evidence based. Welke technologieën en meetmethodes zetten jullie in om sporters beter te begeleiden?

Lowie: “Vanaf het moment dat we data hadden verzameld van meer dan duizend atleten, konden we nieuwe patiënten met hen vergelijken. Elke patiënt start met een nulmeting waarmee we kracht, lenigheid en andere fysieke parameters in kaart brengen.
Die test herhalen we elke zes weken, zodat we hun evolutie nauwkeurig kunnen opvolgen.  Revalidaties duren soms een half jaar of langer, en die data motiveren de patiënt ook om door te zetten. Na een behandeling volgen we elke atleet nog drie maanden op. In die periode komen ze elke twee weken langs voor een check-up, waarna we hen volledig loslaten. Dat vraagt wat afstemming met de trainers. We geven dan ook tips op maat voor een goeie matchopbouw: eerst een kwartier invallen, dan een halve wedstrijd enzovoort.”

Meten is (soms te veel) weten

Hoe zorgen jullie ervoor dat de zorg toegankelijk en betaalbaar blijft?

Carl: “De therapeuten in ons team zijn allemaal geconventioneerd. We volgen dus de tarieven van de overheid, waardoor het remgeld hetzelfde is als bij een privé-kine. En we rekenen geen supplementen aan omdat het RIZIV tussenkomt.

Lowie: “We hebben twee formules voor blessurepreventietesting: een basispakket en een propakket. Die pro­pakketten gaan echt ver. We meten dan core stability, lenigheid en kracht, maar ook explosiviteit. Voor een recreatieve sporter is zoiets niet nodig, terwijl het voor een professionele voetballer cruciaal is. Al zien we dat ook recreatieve sporters, zoals wielrenners die één keer per week honderd kilometer rijden, toch voor het propakket kiezen om zo te investeren in hun lichaam en in hun hobby. We begeleiden trouwens ook G-sporters op maat.”

Carl: “Veel mensen gaan naar een personal trainer, maar dat is lang niet voor iedereen betaalbaar. Daardoor beginnen sommigen niet aan sport of krijgen ze meteen blessures.

We zien vaak mensen die gestart zijn met sporten zonder begeleiding en daardoor snel geblesseerd raakten – wat uiteraard demotiverend werkt. Dat de overheid nu werk maakt van een gedeeltelijke terug­betaling van preventie is een uitstekende zaak.”

Vandaag is er bij recreatieve sporters vaak wel erg veel aandacht voor de cijfertjes. Wordt er niet soms overdreven?

Lowie: “Enerzijds vind ik dat mensen soms te veel bezig zijn met hun gezondheids­parameters, waardoor ze panikeren over iets dat heel banaal is – zoals de saturatiemeter die wat zakt op een Apple Watch of een hartslag die wat hoger ligt. Anderzijds is het heel nuttig om tijdens het sporten je hartslag te monitoren voor de veiligheid. Aan een niet-sporter zou ik zeggen: hou gerust je stappen bij, maar wees er niet te veel mee bezig. Als je merkt dat je stress krijgt van een slaapsensor, laat hem dan weg. Veel lopers en fietsers kijken constant naar hun horloge en verliezen zo een stuk van het plezier. Dat is niet de bedoeling van preventie.”

“Hier werken zeven disciplines onder één dak samen om een sporter te helpen revalideren na een letsel.”