WEEK VAN
DE ZORG
dagen
uren
minuten
seconden
WEEK VAN
DE ZORG
dagen
uren
minuten
seconden
Hoe erfgoed, zorg en architectuur elkaar ontmoeten op de Guislainsite

Architectuur die mee zorg draagt

Op de Gentse Guislainsite kruisen zorg en architectuur elkaar al bijna twee eeuwen. Wat ooit begon als een revolutionair psychiatrisch ziekenhuis in het groen, evolueerde tot een stedelijke campus die vandaag mee evolueert met een sector die steeds in beweging is. Oude slaapzalen maakten plaats voor individuele kamers, gesloten muren voor patio’s en tuinen, erfgoed krijgt nieuwe functies en de verbinding met de buurt wordt sterker. Architect Patrick Lefebure, die met zijn architectenbureau Archipl al zijn hele carrière lang mee de gebouwen op de site vormgeeft, en Niko Gobbin, algemeen directeur van de Zorggroep Guislain, nemen ons mee in hun visie op zorg en architectuur. Samen bewijzen ze hoe gebouwen meer kunnen zijn dan een omhulsel: een bondgenoot van zorg en welzijn, een stille partner in herstel en verbinding.

Niko Gobbin
Patrick Lefebure

Het Guislaininstituut werd midden negentiende eeuw opgericht in de periferie van Gent, toen nog omgeven door akkers en stilte. Arts Jozef Guislain werkte er samen met architect Alphonse Pauli aan een revolutionair plan: een kruisvormig gebouw met paviljoenen en ruime binnenplaatsen. Acht hectare van de site waren bestemd voor arbeidstherapie, toen een vooruitstrevend idee. Maar de stad groeide, de wijk slibde dicht, en de plek die ooit zoveel openheid en rust bood, werd een ingesloten campus. 

Na de Tweede Wereldoorlog maakte wildgroei van bijgebouwen het beeld compleet. Vanaf 1980 kwam er opnieuw structuur. Er werd ruimte vrijgemaakt, er kwamen plannen om de toekomst te heroriënteren. In 1998 werd een masterplan opgesteld. Sindsdien wordt stap voor stap gewerkt aan een campus die erfgoed respecteert maar tegelijk mee evolueert met de zorgnoden van vandaag en morgen. 

Van slaapzalen naar intelligente ruïnes

Architect Patrick Lefebure was vanaf het eerste moment bij de uitwerking van het masterplan betrokken. En eigenlijk ook al lang ervoor, want zijn grootvader was er aannemer en zijn vader architect. Hij kent de campus dus van binnenuit. “Als kind ging ik soms met mijn vader mee naar de werven. Ik herinner me nog hoe ik hier later door gebouwen liep die mijn vader had ontworpen of gerenoveerd. Een deel daarvan hebben we intussen alweer afgebroken. Het zit in mijn bloed. Ik ben meegegroeid met deze site.”

Niko Gobbin, sinds drie jaar algemeen directeur van Zorggroep Guislain, voelt hoe groot het effect van de site is op de manier van werken. Voor hem is het dagelijkse realiteit om te balanceren tussen de normen van hedendaagse zorg en de beperkingen van een beschermd monument. “Het is een site met een ziel”, zegt hij. “Dat is prachtig, maar tegelijk ook een uitdaging: kamers, energie, duurzaamheid … je kan hier nooit gewoon een blanco plan uitrollen. We moeten telkens zoeken naar hoe we erfgoed kunnen laten samengaan met moderne zorg.”

Ook Patrick zag hoe de zorg- en welzijnssector in de voorbije decennia veranderde. “Vroeger lagen patiënten met tientallen in één zaal. Veertig bedden naast elkaar, dat was de norm. Later werden die zalen verdeeld in twee keer twintig bedden, daarna in tien. Uiteindelijk kwamen de individuele kamers, met elk hun eigen douche en toilet. Dat leek de ideale situatie. Maar ook dat is niet altijd perfect. Sommige patiënten slapen liever met twee of vier samen. Je moet dus zorgen dat je gebouwen niet te rigide zijn.”

Die flexibiliteit vertaalt zich in wat Patrick ‘intelligente ruïnes’ noemt, naar de visie van de eerste en onlangs overleden Vlaamse Bouwmeester Bob Van Reeth. “Dat zijn gebouwen die stevig genoeg zijn om lang te blijven staan, maar van binnen makkelijk te herindelen. Zo vermijd je dat je alles na dertig jaar moet afbreken. Je kan de functies aanpassen, zonder telkens opnieuw te beginnen. Dat is duurzaamheid én zorg voor de toekomst.”

Poëtisch in zijn eenvoud

De nieuwbouw waar Fioretti, een opname- en behandelafdeling voor kinderen en jongeren van 6 tot 15 jaar met een licht verstandelijke beperking en bijkomende psychiatrische problemen, en De Steiger, een afdeling voor jongeren vanaf 16 jaar en volwassenen met een verstandelijke beperking en een psychiatrische hulpvraag, in zijn ondergebracht, is daar een concreet voorbeeld van. Deze twee afdelingen lagen vroeger verspreid in de stad, nu zijn ze samengebracht op de campus. Het gebouw strekt zich uit langs een herstelde boomgaard, een lange vleugel van 150 meter die tegelijk veiligheid en rust biedt. 

“Een ontwerp moet werken voor de mensen die er verblijven en er zorg verlenen.”

Het effect is merkbaar. “Door licht, ruimte en groen centraal te zetten, merken we minder agressie en is er minder nood aan beperkende maatregelen”, licht Niko toe. “Dat betekent niet alleen meer veiligheid voor patiënten, maar ook voor medewerkers. Je voelt hoe de omgeving mee zorg draagt voor de mensen die hier verblijven en werken. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet.”

Achter die eenvoud schuilt veel techniek. Patrick legt uit: “Alles moet veilig zijn. Deuren die tegen een stoot kunnen, plafonds die niet los te wrikken zijn, ramen die niet geopend kunnen worden zonder toezicht, camera’s die onzichtbaar bewaken. Het kost dubbel zoveel als een gewoon huis, maar je mag er niets van merken. Veiligheid die je niet ziet, dat is de essentie.”

Ook de indeling draagt bij aan veiligheid. “In het begin wou men losse gebouwen, maar dat werkt niet als er ’s nachts iets gebeurt. Je kan niet verwachten dat personeel snel kan reageren als ze op zo’n moment langs buiten van het ene gebouw naar het andere moeten lopen. Daarom hebben we nu lange gangen die alles verbinden. Het voelt als een kleine stad: veilig, overzichtelijk, maar ook met groen en patio’s die rust brengen.”

Patrick noemt die patio’s het hart van de ontwerpen. “We komen telkens weer uit bij hetzelfde principe: gebouwen rond een groene kern. Dat is geen toeval. Een patio biedt tegelijk veiligheid en herkenbaarheid. Als je door een gang loopt en altijd zicht hebt op een stukje groen, geeft dat meteen een ander gevoel. Je weet waar je bent, je kan je beter oriënteren, je voelt ruimte.” Voor patiënten die soms verward of angstig zijn, geeft dat houvast. Niko sluit zich daarbij aan. “We zijn echt overtuigd van de waarde van de tuinen rond de gebouwen. Ze helpen om een klimaat te scheppen waarin mensen zich beter voelen. Daarom nemen we dat ook steeds mee in nieuwe projecten.”

Voor Patrick begint architectuur altijd bij de functionaliteit. “Een ontwerp moet werken voor de mensen die er verblijven en er zorg verlenen. “We maken vaak gebouwen die eenvoudig ogen, soms zelfs banaal. Maar we proberen wel altijd voor een poëtische inslag te zorgen.” Patio’s zijn daarin sleutelplekken: ze brengen licht, lucht en groen binnen, ze geven een gevoel van ruimte en rust.

Erfgoed dat mee ademt

De Guislaincampus is beschermd erfgoed. Dat biedt kansen, maar zorgt er ook voor dat op het eerste zicht simpele ingrepen soms nodeloos complex worden. “We willen het patrimonium behouden en tegelijk inzetten in onze werking”, vertelt Niko. “Net uit respect voor de gebouwen, want wat leegstaat, raakt sneller in verval. Door er zorgfuncties in onder te brengen, kunnen we ze opnieuw relevant maken.” Maar eenvoudig is dat niet. “Een particulier die een geklasseerde woning renoveert, krijgt steun volgens dezelfde regels als wij voor een hele campus”, zegt Niko. “Dat is absurd. De overheid weet vaak niet hoe ze met zulke sites moet omgaan. Toch blijven we zoeken naar oplossingen. Elke stap vooruit betekent ook erfgoed dat beter bewaard blijft.”

Patrick zag de visie rond erfgoed de voorbije jaren enorm veranderen. “Het agentschap Onroerend Erfgoed bestaat eigenlijk nog niet zo lang, hooguit sinds de jaren zeventig. In het begin draaide alles om conserveren, later kwam er ruimte voor hergebruik en nieuwe functies. Soms moet je dossiers opnieuw indienen omdat de visie intussen veranderd is. Dat kan frustrerend zijn, maar het houdt je ook scherp.”

De restauratie gebeurt altijd in dialoog. Patrick werkte de afgelopen decennia samen met maar liefst tien directeurs bij Guislain. “Toen ik hier bijna veertig jaar geleden begon, was het overleg helemaal anders. Enfin, er wás gewoon geen overleg: de directeur gaf bevelen en ik voerde uit”, lacht hij. “Mijn eerste samenwerking was met broeder Stockman, een man met een zeer persoonlijk visie – het was niet de bedoeling dat ik mijn eigen ideeën naar voren bracht.” Doorheen de jaren zag Patrick die houding kantelen. “Vandaag is dat helemaal anders, zeker ook met Niko. Er wordt echt belang gehecht aan mijn visie, ik mag mee mijn stempel drukken. Dat maakt het werk voor mij een pak zinvoller. Het is niet langer blind uitvoeren, maar samen zoeken naar oplossingen die erfgoed en zorg dichter bij elkaar brengen.”

Ondertussen evolueert de site telkens beetje bij beetje en krijgen oude gebouwen nieuwe bestemmingen. Zo wordt de voormalige boerderij momenteel omgevormd tot een psychiatrisch verzorgingstehuis. “Het is een mooi voorbeeld van hoe we erfgoed nieuw leven inblazen”, zegt Niko. “Het monument blijft behouden, maar krijgt tegelijk een functie die écht aansluit bij onze werking. Dat maakt het zowel praktisch als financieel haalbaar.”

Niet elke vernieuwing is even zichtbaar. Naast restauraties van het patrimonium zijn er ook werken die meer op de achtergrond spelen, maar even bepalend zijn voor de toekomst. “Binnenkort starten we met de bouw van een nieuwe centrale stookplaats om alle versnipperde en sterk verouderde installaties die vandaag nog op de campus staan te vervangen”, legt Niko uit. “Door alles te centraliseren, kunnen we op termijn ook vlotter de overstap maken naar duurzamere technieken. Dat lijken misschien allemaal relatief kleine ingrepen voor zo’n grote site, maar we hebben nu eenmaal niet de middelen om alles tegelijk aan te pakken. Door elk deelproject grondig uit te werken, komen we ook vooruit. En het zijn precies die ingrepen die ervoor zorgen dat we hier op lange termijn verder kunnen.”

Architectuur die zorg ondersteunt

Voor Patrick is zorgarchitectuur altijd de kern geweest van Archipl. Al veertig jaar tekenen hij en zijn team gebouwen voor de sector, een specialisatie die bijna hun handelsmerk is geworden. “Ik heb nooit villa’s willen bouwen voor rijke particulieren. Daar voer je vaak gewoon uit wat zij willen omdat ze dat mooi vinden. In de zorg bouw je voor een groter belang. Zelfs wanneer ik bots met een opdrachtgever, voel ik dat ons werk echt zin heeft. We tekenen niet zomaar muren.”

Die integriteit bracht hem soms in moeilijke posities. “Ik ben ooit van een project gegooid omdat ik niet precies wilde doen wat een opdrachtgever vroeg. En ik heb fraude aan het licht gebracht bij een andere. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar ik wil eerlijk kunnen werken. Als architect draag je verantwoordelijkheid. Het gaat om geld dat bedoeld is voor mensen.”

Niko herkent die kracht van architectuur in zijn dagelijkse werk. “Architectuur schept de voorwaarden waarbinnen herstel
mogelijk wordt”, zegt hij. “Daar ben ik intussen echt van overtuigd.”

Kunst als verbindende factor

Waar psychiatrische instellingen vroeger bewust buiten of aan de rand van de stad werden gebouwd, is dat vandaag anders. Toen Guislain en Pauli hun plannen ontwierpen, lag dit terrein ook nog in een landelijke omgeving, omringd door akkers. Vandaag bevindt de campus zich midden in een drukke wijk.

“We kunnen en willen ons niet isoleren”, zegt Niko. “We moeten de buurt binnen-laten. Al is dat altijd zoeken naar evenwicht: voldoende veiligheid voor patiënten en bewoners, maar tegelijk openheid naar de stad en integratie in de buurt. Een campus die alleen naar binnen gekeerd is, past niet meer bij deze tijd. Daarom hebben we beslist om het deel van de site langs de Bloemekenswijk open te stellen. Daar liggen bijvoorbeeld de oorspronkelijke kruidentuinen van Guislain, die vroeger al gebruikt werden voor arbeidstherapie en zelfvoorziening. Het is logisch dat net die plek vandaag opnieuw toegankelijk is. Als mensen uit de wijk ons terrein doorkruisen voor een wandeling of om elkaar te ontmoeten, met respect voor de privacy van onze bewoners, dan is dat winst. Het haalt de schroom weg.”

Patrick ziet daarin een terugkeer naar de kern van Guislain’s ideeën. “Zijn plan was gebaseerd op overzicht en rust, maar altijd in interactie met arbeid en de omgeving. Dat element zijn we eigenlijk kwijtgeraakt toen de stad dichterbij kwam en alles dicht-geslibd is. Nu proberen we dat een stukje terug te brengen: door de campus weer open te stellen, door verbinding te zoeken met de buurt. Het mag geen afgesloten bastion meer zijn.”

Een opvallend voorbeeld daarvan is het kunstpaviljoen van kunstenaar Philip Aguirre, gebouwd met afgekeurde bakstenen van de nieuwbouw. “Het lijkt op een ruïne”, zegt Niko, “maar het is een plek waar kinderen theater spelen en buurt-bewoners stil bij blijven staan. Het paviljoen staat in de zone die nu open is voor de buurt. Kunst maakt de drempel lager, nodigt uit, verbindt. Dat is geen detail, dat is een fundamentele keuze. Kunst, architectuur en zorg vloeien hier samen.”

Ook de symboliek is sterk: “Stenen met een hoek af die samen iets moois vormen – dat is een prachtig beeld voor onze doelgroep. Het laat zien dat je niet perfect moet zijn om waardevol te zijn. Dat is de boodschap die we als zorgcampus ook willen uitdragen.”

“Architectuur schept de voorwaarden waarbinnen herstel mogelijk wordt, daar ben ik intussen echt van overtuigd.”