In gesprek met de nieuwe Vlaamse zorg- en welzijnsambassadeur

“We moeten het verhaal over zorg en welzijn veel breder vertellen”

De zorg- en welzijnssector zoekt naarstig naar extra mensen, maar volgens zorg- en welzijnsambassadeur Saïda Sakali begint de oplossing niet alleen op de werkvloer. Ook in de klas, bij zij-instromers en in het beleid moet het anders. Ze pleit voor een eerlijker beeld van zorg- en welzijnsberoepen, kwalificerende leertrajecten en meer aandacht voor wie vandaag al in de
sector werkt. “Het idee dat we in de zorg alleen de was en de plas doen, is totaal fout.” 

Als je één hardnekkig idee over werken in zorg en welzijn zou mogen veranderen, welk idee zou dat dan zijn?

“Het idee dat we in de zorg alleen de was en de plas doen, klopt totaal niet. Onze sector is complex en technologisch sterk in ontwikkeling. We hebben mensen nodig met heel uiteenlopende talenten. Daarom moeten we de positieve verhalen uit de zorg en welzijn ook veel meer in het onderwijs brengen.”

Wanneer begint die beeldvorming?

“Eigenlijk al in het derde of vierde middelbaar. We werken met ambassadeurs voor verschillende sectoren en deelsectoren. Zij kunnen in de klas vertellen over hun job. Dat gaat natuurlijk over verpleegkundigen en zorgkundigen, maar ook over logistieke medewerkers, technici, financiële en ICT-profielen en directiefuncties. Zo ontdekken jongeren dat hun talent ook in zorg en welzijn een verschil kan maken.”

Welke rol spelen zij-instromers?

“Een heel belangrijke. Een goede kwalifi­catie blijft noodzakelijk, maar mensen die bewust vanuit een andere sector overstappen, brengen ook andere ervaringen mee. Dat kan onze sector positief inspireren. Daarom geloof ik sterk in trajecten waarbij leren en werken samengaan. Je moet iemand die de omslag maakt niet noodzakelijk voltijds op de schoolbanken zetten.”

“Je moet zij-instromers niet voltijds op de schoolbanken zetten.”

Instroom is één ding. Maar mensen moeten ook blijven.

“Werkstress is een belangrijke uitdaging. 39,9 procent van de medewerkers in de sector ervaart werkstress, tegenover 33,2 procent gemiddeld. Een goede arbeidsorganisatie kan helpen: sterke teams, gedeeld leiderschap, autonomie, ondersteunende zorgtechnologie en taakvariatie maken een verschil. Ook aangepast werk voor vijftigplussers en goede fysieke arbeidsomstandigheden zijn belangrijk.”

Wat is er tot slot nodig vanuit de overheid?

“Investeren in instroom, doorstroom én retentie. Maar ook in maatschappelijke waardering. Zorg en welzijn zijn geen kost, maar een maatschappelijke noodzaak en genereert gezondheidswinst. Als samen­leving moeten we dat niet alleen tijdens De Warmste Week tonen, maar elke dag. Iets kunnen betekenen voor een ander geeft betekenis. Dat verhaal wil ik als zorg- en welzijnsambassadeur mee uitdragen.”