Luc Deneffe over jeugd- en gezinszorg, ontmoeting en onmacht

“We moeten meer samenleven
en minder hulp verlenen”

Meer dan twintig jaar stond Luc Deneffe aan het hoofd van De Wissel, een begeleidingsnetwerk voor kwetsbare jongeren en jonge gezinnen. Zijn directeursstoel gaf hij begin dit jaar al door aan zijn opvolgster, maar tot mei blijft hij de werking nog mee dragen. Dag van de Zorg loopt als een rode draad door zijn carrière bij De Wissel: de organisatie nam aan elke editie deel, al vijftien jaar lang. In vijftien vragen blikt Luc terug op wat jongeren en gezinnen hem leerden, waarom luisteren belangrijker is dan controleren, en hoe zorg menselijk kan blijven in een steeds strakker wordend systeem. 

De Wissel neemt al sinds de eerste editie deel aan élke Dag van de Zorg. Waarom?

Luc: “Het antwoord van toen is eigenlijk nog altijd het antwoord nu. Wij gaan de zoektocht van jongeren en gezinnen niet louter oplossen in de zorgzuil. Jongeren zijn net als wij allemaal een deeltje van onze maatschappij. Dus we hebben hierin ook samen iets te doen op één of andere manier. Toen we begonnen was het doel vooral: elkaar leren kennen. Kennismaken met de plekken en de jongeren door te beleven – hoe ziet zo’n plek eruit, wat gebeurt hier, wie zijn die gasten? En dan merk je: het zijn gewoon mensen, net als wij. En dat werkt langs twee kanten.”

Klopt het als ik zeg dat ontmoetingen centraal staan bij De Wissel?

Luc: “Absoluut. Ontmoeting, gezien worden, mens zijn. Daar komt het altijd weer op neer. Ik denk vaak terug aan iets wat kunstenaar Koen Vanmechelen ons ooit zei. We stonden in een gebouw vol activiteiten, sport en spel, alles netjes binnen georganiseerd, en hij zei: stop daar eens mee, gooi die ramen open, laat de buitenlucht binnen. Dat heeft mij geraakt. 

Intussen ga ik daar nog een stapje verder in: er moeten geen deuren en vensters open, er moeten gewoon geen muren zijn. Ik geloof echt dat we meer samen moeten leven en minder hulp moeten verlenen. Dat klinkt misschien raar, maar zo voelt het voor mij.”

Je was meer dan twintig jaar directeur bij De Wissel en zwaait nu af. Ervoor had je er al een hele carrière opzitten in het bankwezen. Wat deed je de switch maken naar jeugdzorg?

Luc: “Eigenlijk was er niet echt een switch.Als student startte ik samen met enkele vrienden vzw Pirlewiet, waarmee we vakanties organiseerden voor kinderen en later ook voor gezinnen in armoede. De ontmoetingen – het blijft een rode draad – die ik daar had, hebben mijn blik fundamenteel veranderd. En die vakanties zijn de beste vakanties die ik ooit heb gehad.”

En toch heb je vervolgens nog jaren in de financiële sector gewerkt.

Luc: “Ik was afgestudeerd als economist en had jonge kinderen. Als je een vaste job had, bleef je die doen tot aan je pensioen. En ik heb dat zeker geen vijftien jaar met tegenzin gedaan. Ik heb er veel kansen gekregen en fijne mensen leren kennen. Maar op een bepaald moment voelde ik: dit klopt niet meer met wie ik ben. Als ik het moeilijk had, dan lag dat niet aan de werkdruk. Ik miste zin in wat ik deed: te mogen bijdragen aan het (samen)leven.

Ik was toen al actief in de raad van bestuur van De Wissel en zat mee in het selectie­comité om een nieuwe directie te kiezen. Er waren slechts twee kandidaten en die waren geen van beiden geschikt. Mijn oudste zus was op dat moment palliatief, en ik herinner me nog goed dat ik tegen haar zei: als ik vijftig ben, dan wil ik zo’n job doen. Waarop zij reageerde: je moest eens weten wat ik allemaal nog van plan was; volg je hart. Daarmee heeft ze me het grootste cadeau gegeven dat ik ooit kreeg en zette ik de stap.”

Wat hebben ‘jullie’ jongeren je geleerd dat je nooit in een management­opleiding had kunnen leren?

Luc: “Luisteren. Het klinkt banaal, maar dat is misschien wel het moeilijkste wat er is. Niet zenden of managen, maar naast mensen gaan zitten en écht horen wat ze zeggen. We doen dat te weinig, omdat luisteren tijd vraagt – en tijd in het efficiëntie­denken al snel als een kost wordt gezien.”

“Misschien is de meest radicale vorm van verzet vandaag wel vertrouwen.”

Wat ga je het meeste missen aan deze job?

Luc: “Alles. Ik ben geen dag tegen mijn zin naar het werk gegaan bij De Wissel. Misschien nog het meest: een jongere zien groeien, een gezin opnieuw verbinding zien vinden.”

Wat zijn de grootste evoluties die jij gezien hebt in de sector?

Luc: “Ik zag positieve evoluties: ouders en anderen rondom jongeren werden actieve partners en werden ondersteund in het vervullen van hun rol. Kinderrechten werden een leidraad en samenwerken met andere domeinen werd makkelijker. Toch zijn er zorgwekkende trends in de samenleving. Wie struikelt, krijgt vaak de schuld, terwijl structurele oorzaken vergeten worden. Angst en controle lijken de toon te zetten. De afstand tussen verwachtingen en wat we daadwerkelijk kunnen en menen te moeten doen, neemt toe. Maar evenzeer zie ik vele kleine lichtpuntjes, vaak ontstaan van onderuit, het onverwachte gewone. Misschien kunnen we die samenbrengen tot een sterker licht, dat een andere kijk mogelijk maakt.”

Hoe bewaak je menselijkheid wanneer regels en procedures toenemen?

“Door jezelf niet kwijt te raken. Menselijk­heid bewaak je niet door regels beter te volgen, maar door aanwezig te blijven als mens. Het wringt voor mij vooral wanneer de samenleving mensen uitsluit en wij hen daarna moeten klaarmaken om opnieuw in diezelfde samenleving te passen. Menselijkheid bewaken betekent dan ook durven benoemen wat niet klopt, en blijven kiezen voor nabijheid, zelfs wanneer het systeem daar ongemakkelijk van wordt.”

Hoe is je beeld op jeugdzorg in die twintig jaar veranderd?

Luc: “Je kan mensen in kwetsbare situaties niet helpen met meer controle. Zeker als daarbij vooral wordt nagegaan of de juiste procedures zijn gevolgd, niet of de die mensen er beter van zijn geworden. Meer preventie actie is zinvol, zolang het niet leidt tot prepressie: een samentrekking van preventie en repressie. Daarbij denkt men risico’s weg te werken, maar sluit men vooral kansen uit. En de vraag naar jeugdhulpverlening wordt ook niet kleiner, integendeel. Het aanbod is exponentieel gegroeid en toch zijn de wachtlijsten alleen maar langer geworden.”

Hoe komt dat volgens jou?

Luc: “We menen intussen erg bedreven te zijn in het redden van mensen die in de rivier dreigen te verdrinken, maar misschien moeten we ons ook de vraag stellen waarom mensen telkens weer in die rivier belanden, zoals Desmond Tutu ooit zei. Misschien moeten niet onze jongeren of jonge ouders in therapie, maar de samenleving. Misschien is er meer gemeenschapswerk te doen; een shift in onze opdracht als hulpverlener? En kunnen we alsjeblieft het idee loslaten dat elk probleem om een professionele, gespecialiseerde oplossing vraagt?”

Is er een moment als directeur waarop je dacht: nu weet ik het niet meer, en wat deed je toen?

“Zo vaak. Voor mij was het belangrijk om niet te doen alsof ik het wist. Integendeel: het moment waarop je zegt dat je het niet weet, is vaak net het begin van iets. Wat mij geholpen heeft, is om die onmacht niet alleen te dragen, maar ze te delen. Met het team kunnen zeggen: niemand van ons weet het, en dat is oké. Soms ontstaat er pas iets wanneer je stil durft te staan.”

Wat is een project waar je echt trots op bent?

Luc: “Ik ben trots op alle collega’s en vrijwilligers die in onze werkingen elke dag hun schouders zetten onder jongeren en gezinnen. Die verbinden en vasthouden.

Laat me stilstaan bij de jongste telg: de Zwerm in Tienen. Daar zijn we niet vertrokken vanuit een aanbod of een programma, maar vanuit vertrouwen dat zorg en zorgzaamheid van iedereen is. Susanne Op de Beeck is daar voor ons gesprekken aangegaan met mensen in de stad. Daarbij stelde ze telkens enkele simpele vragen: waar wordt jij gelukkig van? Wat is zorgzaamheid voor jou? Als jij het moeilijk hebt, waar ga je dan naartoe? Wie moeten we nog leren kennen? Zo ontspon zich een groot web van warme Tienenaars: mensen die voor andere mensen klaar staan, opvangplekken voor mensen die een bed nodig hebben … bijna eindeloos. Overvloed in plaats van tekorten en wachtlijsten.

Wat mij daar zo trots op maakt, is dat het niet van ons is. De sleutel ligt – letterlijk en figuurlijk – de mensen zelf. Ze geven die aan elkaar door. Er ontstaan ontmoetingen, zorg, nabijheid, zonder dat het een project moest heten of in regels gegoten werd.”

Hoe zou je jonge mensen – of minder jonge mensen die net als jou de switch overwegen – vandaag overtuigen om in deze sector te stappen?

Luc: “Ik denk dat mensen die de switch overwegen vooral moeten luisteren naar zichzelf. Als je het gevoel hebt dat je zin hebt in zo’n job, dan zit daarin alle overtuiging die je nodig hebt. Zin, ik vind dat zo’n mooi woord. Dat is betekenis, maar dat is ook rust. Die combinatie, altijd samen. En in het Frans: envie. In leven. Letterlijk ‘in leven’. Dat is toch fantastisch?”

Wat wens je de sector toe voor de volgende vijftien jaar?

Luc: “‘Doen’, ‘grenzen verleggen’, ‘graag zien’ en ‘samen’ vormen bij de Wissel de kernwaarden van onze opdracht. Actief handelen en bewust ingaan tegen maatschappelijke weeffouten. Maar misschien is de meest radicale vorm van verzet vandaag wel vertrouwen.”

En wat mag ik jou voor de volgende vijftien jaar wensen?

Luc: “Hetzelfde!”