Hanna Verhoeven

“Werken in een horizontale organisatie
is erg dankbaar”

Hanna rolde na een burn-out in een nieuwe job die haar energie geeft, zowel op de werkvloer als thuis

“Als ik mijn zoontje uitleg wat ik doe op het werk, zeg ik dat ik mensen help om een afspraak te maken als ze ziek zijn. Maar het is natuurlijk wel wat ruimer dan dat”, vertelt Hanna Verhoeven. Samen met de andere onthaalmedewerkers is ze het eerste aanspreekpunt als je naar het Gentse Wijkgezondheidscentrum De Kaai belt of er binnenstapt.

“Aan de hand van wat de patiënt vertelt, schat ik in wat de dringendheid van hun probleem is, wie van onze zorgverstrekkers het best geplaatst is om hen te helpen en binnen welk tijdsbestek dit moet gebeuren”, vertelt Hanna. “WGC De Kaai heeft een uitgebreid aanbod en dankzij de triage aan het onthaal kunnen mijn collega’s gericht te werk gaan. Daarnaast voer ik ook administratieve taken uit, zoals het in orde maken van terugbetalingen, het boeken van videotolken en het opvolgen van afwezigheden.”

Goed communiceren is de grootste uitdaging van haar job. “Soms heb je mensen voor je die de taal niet goed machtig zijn en dat kan al eens tot misverstanden leiden. Natuurlijk lukt het niet altijd om iedereen onmiddellijk tevreden te stellen. Soms moet ik patiënten realistische verwachtingen geven of een beetje aansturen in hun eigen planning. Als je weet dat je doos medicatie bijna leeg is, bel je niet naar ons wanneer je aan de laatste pil begint”, zegt Hanna lachend. “Nu, ik stel me altijd positief op en krijg zo ook wel makkelijk een glimlach terug.”

“Op momenten dat het erg druk is, moet ik me focussen om maar één ding tegelijk te willen doen: de patiënt zo snel en correct mogelijk aan een afspraak helpen. Wanneer het rustiger is, maak ik er ook tijd voor om een luisterend oor te bieden. Soms komen patiënten heel geladen of zelfs agressief binnen en dan helpt het dat ze hun verhaal bij je kwijt kunnen. Ik vind het interessant om met al die verschillende situaties om te gaan en durf ook doorvragen wanneer het nodig is. Je hebt als onthaalmedewerker een portie assertiviteit nodig.”

“De Kaai is een erg horizontale organisatie – iedereen mag hier mee nadenken over wat nog beter kan. Inspraak wordt aangemoedigd en gewaardeerd en dat apprecieer ik enorm. In combinatie met de leuke collega’s en het sociaal contact met de patiënten vind ik dit een erg fijne job. Mijn vorige job als zorgverlener was erg veeleisend en het lukte me niet goed om mijn grenzen te stellen.” Toen ze aan deze job begon, dacht ze dat ze er snel op uitgekeken zou zijn. “Niks blijkt minder waar, er is best veel afwisseling binnen een duidelijk afgelijnd takenpakket. Dat ik nu ook terug energie over heb als ik thuiskom na het werk is een verademing voor mij. Dankzij deze job heb ik de ruimte gekregen om verder te zoeken naar wat me deugd doet op en naast het werk. Ik zie me ooit zeker nog terugkeren naar een job als hulpverlener, dat zit nu eenmaal in de aard van het beestje. Wanneer? Geen idee. Geen haast mee.”

ONTHAALMEDEWERKER

Hanna Verhoeven
Wijkgezondheidscentrum De Kaai
  • is 31 jaar
  • studeerde af als maatschappelijk werker
  • werkt sinds februari 2022 als onthaalmedewerker bij WGC De Kaai
  • kwam per toeval terecht in deze job: “Ik vond geen goed evenwicht in mijn rol als hulpverlener en ging in op de vraag van een vriendin om een tijdelijke vervanging te doen. Intussen heb ik mijn contract al tweemaal verlengd. Ik kom met enthousiasme werken en hou na mijn uren nog energie over voor mezelf.”

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Tinneke Claes

“Wij zijn het
ontbrekende puzzelstukje

Tinneke Claes is een van de weinige zelfstandige ergotherapeuten in Vlaanderen

“Volgens mijn patiënten vervolledig ik als ergotherapeut hun zorgaanbod met een essentieel stukje zorg dat ze nog misten in hun revalidatie”, zegt Tinneke Claes. “Wanneer ik een patiënt zijn zelfredzaamheid kan bevorderen schenkt me dat enorm veel voldoening. Ik ben fier op mijn job, maar het is niet makkelijk om de erkenning te krijgen die we verdienen.”  

“Als ergotherapeut maak ik deel uit van de eerstelijnszorg. Ik onderzoek hoe ik mijn patiënten met een beperking zo goed mogelijk kan begeleiden zodat ze terug kunnen partici-peren in de maatschappij. Daarnaast geef ik ook opleidingen rond valpreventie, zowel aan collega’s uit de zorgsector als aan rusthuisbewoners.”

“Ergotherapeuten hanteren een holistische aanpak. Ik bekijk alle dagelijkse activiteiten van mijn patiënt en hoe we die, met bepaalde technieken, terug mogelijk kunnen maken. Dat gaat van zichzelf opnieuw leren aankleden tot een hobby zoals kaarsen maken terug oppikken. Uniek is dat we daarbij ook naar de thuissituatie kijken. Iedereen zal immers op een eigen manier koken of zich aankleden. Daarnaast is er ook een steeds grotere vraag naar zorg op maat. Hoewel er al veel hulpmiddelen op de markt zijn, gaan ergotherapeuten vaak nog een stapje verder in het bedenken van creatieve oplossingen. Zo heb ik collega’s die aan de slag gaan met een 3D-printer om aangepast bestek of een haarborstel te maken. Het is leuk en uitdagend om oplossingen op maat aan te reiken, al bots ik daarbij soms ook op mijn eigen grenzen. Gelukkig is er veel verbondenheid tussen collega’s en delen we onze expertise met elkaar.”

De terugbetaling van ergotherapie is momenteel erg beperkt, al ziet Tinneke een toename van long covid patiënten sinds deze sessies wel terugbetaald worden. “Het frustreert me dat we in Vlaanderen de meerwaarde van ergotherapie in de eerste lijn zo beperkt waarderen. Nochtans is het in andere Europese landen al langer duidelijk hoe waardevol we zijn. Door het gebrek aan terugbetaling is er geen vlotte doorstroming van patiënten en krijgt ons beroep niet de erkenning die het verdient. Dat verklaart ook waarom er zo weinig voltijds zelfstandige ergotherapeuten zijn.”

ERGOTHERAPEUT

Tinneke Claes
Groepspraktijk Samen Sterk
  • is 37 jaar
  • studeerde af als bachelor in de ergotherapie
  • werkt al 10 jaar als zelfstandig ergotherapeut, sinds 2013 in bijberoep en sinds 2020 in hoofd-beroep bij groepspraktijk Samen Sterk
  • koos ervoor om zelfstandige te worden omdat ze op die manier haar eigen visie op eerstelijnszorg kan uitdragen: “Ik word oprecht gelukkig als ik patiënten kan begeleiden en empoweren om hun leven terug in handen te nemen.”

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Yati Michiels

“Als woonassistent moet je
een duizendpoot zijn”

Yati zorgt ervoor dat alles in Seniorcity Herent op wieltjes loopt 

Vijf jaar geleden ruilde Yati Michiels haar job als ergotherapeut in een woonzorgcentrum in voor een nieuwe uitdaging als woonassistent. “Het spreekt voor zich dat je een hart moet hebben voor ouderen. Als aanspreekpunt ben ik ook de persoon waar alle bezorgdheden of opmerkingen bij terecht-komen, en dan is het uiteraard belangrijk dat mensen zich gehoord voelen.”

Als woonassistent is Yati het aanspreekpunt voor de 50 ouderen die in de assistentie-woningen van Seniorcity Herent leven . Maar dat is lang niet het enige onderdeel van haar functie. “Ik plan activiteiten in, hou alle dossiers in orde, volg de facturatie op, geef rondleidingen aan geïnteresseerden en doe de intake van nieuwe bewoners. Daarnaast sta ik ook in voor de dagelijkse werking: het is mijn taak om ervoor te zorgen dat alles goed loopt en bewoners zich hier goed voelen. En dat ons aanbod en onze inrichting zo goed mogelijk op hen is afgestemd. Stel dat een van onze bewoners gevallen is, ga ik na of we extra preventieve maatregelen kunnen nemen om dat te voorkomen. De job brengt veel met zich mee, maar dat zorgt voor veel afwisseling en uitdaging. Ik verveel me nooit!”

Gelukkig kan Yati rekenen op een aantal helpende handen. “We hebben een administratief ondersteuner die me helpt met het vele papierwerk, een poetsman die ook handig is en verschillende klusjes doet, een verzorgende die mee activiteiten organiseert en mensen wegwijs maakt en een aantal vrijwilligers. Daarnaast werk ik ook nauw samen met heel wat externe partners: thuisverpleegkundigen, traiteurs, de syndicus van het gebouw.”

Als we vragen welke vaardigheden en talenten een woonassistent zoal nodig heeft, schiet Yati in de lach. “Wel, om deze job te doen moet je echt een duizendpoot zijn. Meteen ook de reden waarom ik er zo toe aangetrokken was. Goed kunnen organiseren en plannen is essentieel. Bovendien moet je verschillende dingen tegelijkertijd kunnen capteren en snel kunnen switchen tussen diverse taken. Het ene moment ben ik een rondleiding aan het geven, het andere moment ben ik facturen aan het maken. 

En het spreekt voor zich dat je een hart moet hebben voor ouderen. Als aanspreekpunt ben ik ook de persoon waar alle bezorgdheden of opmerkingen bij terechtkomen, en dan is het uiteraard belangrijk dat mensen zich gehoord voelen. Daarom bekijken we de zaken niet enkel vanuit praktisch maar ook vanuit een menselijk oogpunt. Ik krijg daar zoveel dankbaarheid voor terug van de bewoners. En of dat nu in de vorm van een doosje pralines of gewoon ‘een dikke merci’ is: dat geeft mij energie om elke dag weer gemotiveerd te komen werken.”

WOONASSISTENT

Yati Michiels
i-mens – Seniorcity Herent
  • is 33 jaar
  • studeerde af als bachelor in de ergotherapie
  • werkt ruim vijf jaar als woonassistente bij Seniorcity Herent van i-mens
  • werd geïnspireerd door een voormalige collega: “Ik werkte eerder als ergotherapeut in een woonzorgcentrum waar ook een wooncoach werkte. Dat leek me echt iets voor mij. Toen ik even later op deze vacature botste, heb ik meteen de sprong gewaagd.”

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Frederic Van Schepdael

“Ik kan hier echt de tijd nemen
voor mijn patiënten”

Frederic Van Schepdael is kinesist in revalidatieziekenhuis Inkendaal

“Mensen die binnengebracht worden op een brancard na maanden revalidatie terug naar huis zien wandelen, is het mooiste wat er is”, zegt Frederic. “Na een trombose moeten de meeste basiszaken opnieuw aangeleerd worden, ik help mijn patiënten onder andere met leren stappen, staan, zitten, zich omdraaien in bed en hun arm terug gebruiken.”

In Inkendaal werkt een uitgebreid team van kinesisten, logopedisten, ergotherapeuten, verpleeg- en verzorg-kundigen, sociaal readapatiewerkers, conductoren, psychologen, ergotherapeuten, neurologen en fysische artsen samen aan het revalidatieproces van een patiënt. “We hebben elk onze specifieke taak in de zorg voor onze patiënten, die vaak een combinatie van verschillende problemen hebben na een trombose. Naast de mensen die in Inkendaal verblijven, behandel ik ook externe patiënten met een aangeboren hersenletsel die hier op consultatie komen.”

“Als kinesist is de uitdaging om samen met de patiënt te ontdekken wat nog mogelijk is en daar naartoe te werken. Het fijne is dat ik in sessies van een uur per patiënt kan werken. Na een verlamming is er heel wat werk aan de winkel, dus die tijd is ook echt wel nodig. In het begin zijn onze patiënten heel afhankelijk van het zorgpersoneel voor bijna alles. Voor sommigen is het natuurlijk een teleurstelling om te ontdekken dat ze niet meer helemaal zoals vroeger kunnen functioneren. Ik probeer hen te begeleiden naar wat wel nog kan en help hen daar ook in te berusten. Gaandeweg leren ze dat je niet volledig zelfstandig moet zijn om opnieuw gelukkig te kunnen zijn.” 

Ook het netwerk rond de patiënt wordt betrokken bij het herstel, want vaak kunnen zij met wat externe hulp wel nog veel zaken doen. “Zo leer ik een echtgenoot bijvoorbeeld aan hoe hij zijn vrouw kan helpen met naar het toilet te gaan of haar klaar te maken om te gaan slapen. Dit zijn taken die overgenomen kunnen worden van verzorging aan huis, aangezien die sector al erg overbevraagd is.”

Naast het behandelen van zijn patiënten, werkt Frederic ook in het ganglabo van Inkendaal. “Daar analyseren we met infraroodcamera’s in detail hoe een patiënt beweegt en kunnen we nagaan wat er exact fout loopt. Op basis van die analyse kunnen we gericht advies geven aan onze collega’s over de behandeling of eventuele operatie van de patiënt. Het ganglabo is een erg leuke uitdaging voor mij, het combineert het technische van de apparatuur met het begrijpen van hoe iets misloopt in het lichaam, wat erg intrigerend en drijvend is. Naast mij werken er ook nog twee andere kinesisten in het labo. De samenwerking met mijn collega’s is erg leerrijk, want we kunnen onze hypotheses met elkaar aftoetsen om zo de beste behandeloptie voor elke patiënt te vinden.

KINESIST

Frederic Van Schepdael
Revalidatieziekenhuis Inkendaal
  • is 48 jaar
  • studeerde af als graduaat in de kinesitherapie
  • werkt al 27 jaar als kinesist
  • wist na zijn opleiding economie–talen in het middelbaar onderwijs dat economie hem niet zo aansprak: “In de opleiding kinesitherapie zag ik een uitdaging en zo geschiedde.”

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Erika Vlieghe

“Ik wil de mensen zo veel mogelijk  hoop  geven” 

Erika Vlieghe doet samen met vrijwilliger Marc intern rolstoelvervoer

Enthousiaster dan Marc kom je ze zelden tegen. Als vrijwilliger brengt hij rolstoelpatiënten na hun therapie terug naar hun kamer in revalidatieziekenhuis RevArte. Prof. dr. Erika Vlieghe liep mee en duwde zelf ook de rolstoel vooruit. “Doordat vrijwilligers die taak nu overnemen, kunnen we meer therapietijd aan onze revalidanten bieden”, weet vrijwilligers-coördinator An Van Overloop. 

Het gonst van de bedrijvigheid in de grote kine-revalidatiezaal van RevArte, het revalidatieziekenhuis waar jong en ouder aan de weg timmert richting zelfredzaamheid na een recente beroerte, amputatie, dwarslaesie of heupprothese. Dat gebeurt niet zonder ‘bloed, zweet en tranen’, want de weg naar herstel is vaak lang en bezaaid met obstakels, dat zal ons straks duidelijk worden. 

Verpleegkundig directeur Bart Van Dijck en diensthoofd patiëntenbegeleiding Greet Van Mechelen maken ons meteen wegwijs in de werking van het revalidatieziekenhuis. Bart: “RevArte biedt residentiële revalidatiezorg aan met focus op vijf diagnosegroepen: niet-aangeboren hersenletsel (o.a. beroerte, hersentrauma), amputatie, dwarslaesie (ruggenmergletsel), locomotorische aandoening (o.a. knie- en heupprothese) en Post Intensive Care Syndrome (PICS). PICS is gericht op m/v die lang op intensieve zorgen verbleven, sinds covid is dit soort revalidatie enkel toegenomen. Naast onze 194 gehospitaliseerde patiënten bieden we ook zorg aan patiënten die ambulant (in dagrevalidatie) komen en is er ook nog een geriatrisch dagziekenhuis. Onze verwijzers zijn bijna altijd acute ziekenhuizen. Vaak nemen onze revalidanten hun rugzak met andere pathologieën (diabetes, hart- en vaatziekten …) mee, wat de revalidatie soms complex maakt.” 

Gebrek aan centen en plaatsen

Hoelang iemand in RevArte blijft, hangt af van het type aandoening, de snelheid waarmee iemand revalideert maar ook de thuissituatie. Bart: “Wie geplande operaties ondergaat, zoals een knie- of schouder-prothese, zal hier vier tot zes weken verblijven. Revalidanten met een dwars-laesie of een beroerte blijven hier een aantal maanden. De thuissituatie van de revalidant speelt een grote rol. Soms moet een huis compleet aangepast worden aan de nieuwe situatie.”

“Klopt, zegt Greet Van Mechelen, diensthoofd patiëntenbegeleiding. “Ons team volgt de thuissituatie nauw op met onze sociale dienst. De ontslagvoorbereiding start eigenlijk al bij opname. We gaan indien nodig op huisbezoek in het kader van woonadvies voor aanpassingen en hulpmiddelen. Soms moeten we samen met de revalidant een nieuwe woning zoeken, of ze kunnen niet terug naar huis en komen op een wachtlijst terecht voor een voorziening die specifieke zorg kan bieden. Dat kan een hele poos duren en is gelinkt aan wetgeving en budgetten. In het slechtste geval moeten we jongere revalidanten doorverwijzen naar een woonzorgcentrum. We kunnen onze revalidanten hier immers geen twee jaar laten verblijven, dat laat de nomenclatuur niet toe. Er is sowieso te weinig financiering om op korte termijn alle mensen een goede plek te bieden. Schrijnend is dat er soms wel ergens een plaatsje in een instelling is, maar er geen (persoonsvolgend) budget beschikbaar is.” 

“Ik weet wat de patiënten meemaken, want ik heb hier zelf gelegen na een hersenberoerte.” – Vrijwilliger Marc

RevArte heeft naast het revalidatieziekenhuis voor volwassenen ook een Centrum voor Jonge Revalidanten tussen zestien en dertig, waar jonge mensen worden opgenomen na een recent verworven letsel ten gevolge van een ongeval (bijv. verkeers-, recreatie-, sport- of arbeidsongeval) of een recente ingreep. “Daar is die de integratie zo mogelijk nog belangrijker, naar werk of school toe. De jongeren trekken zich gelukkig enorm aan elkaar op”, weet Greet.

Meer therapietijd dankzij vrijwilligers

Hoog tijd om naar de grote revalidatiezaal te gaan, het vertrekpunt van Erika’s ‘job’ het komende uur. Vrijwilliger Marc Van den Bergh, geflankeerd door vrijwilligers-coördinator An Van Overloop, popelt van enthousiasme. Meteen begint hij zijn taken uit te leggen aan Erika. “Als de revalidanten hun therapie voltooid hebben, zetten ze die hier (toont twee rechthoeken, afgebakend door rode markeringen op de vloer, red.) en brengen wij hen terug naar hun kamer”, vertelt hij.

“Jij doet waarschijnlijk heel veel stappen op een dag”, antwoordt Erika.

“Dat loopt inderdaad behoorlijk op, maar het is zo leuk om te doen. Ik weet ook wat de patiënten meemaken, want ik heb hier zelf gelegen na een hersenberoerte en ken dit huis van binnen en van buiten”, zegt hij zonder omwegen. “Ik ben blij dat ik nu iets kan teruggeven aan deze zorgorganisatie.” 

An, al zeven jaar begeleider van de vrijwilligers, glimlacht bij zoveel passie. “Wat Marc nu doet, zijn we vorig jaar pas opgestart. Zowel de vrijwilligers, revalidanten, therapeuten als medewerkers op de verpleegafdeling vinden dit echt een grote meerwaarde. Ik ben zelf ook kinesist; vroeger brachten we onze patiënten na onze therapie zelf naar de afdeling. Doordat
vrijwilligers die taak nu overnemen, kunnen we nu meer therapietijd aan onze revalidanten bieden.”

“En wij blijven zelf in beweging” lacht Marc. “Voor mij is dit nog steeds een stukje bewegingstherapie.” 

“Op twee uur doen ze tienduizend stappen”, weet An. “Marc doet trouwens nog andere taken, zoals de ‘zaterdagdienst’. Dan haalt hij patiënten op in hun kamer voor een sessie kinesitherapie. Indien er niemand moet gebracht worden, verzorgt hij de verdeling van de waterflessen op de kamers.” 

“Revalideren is soms bikkelhard”, merkt Erika op. “Ook als vrijwilliger is het niet altijd evident dat mensen hun hart luchten bij jou?”
“Klopt”, zegt Marc. “Maar je krijgt zoveel terug. Ik herinner me een vrouw die na drie maanden terug naar huis ging. Ik heb haar nadien nog even gebeld, ze was zo tevreden met dat telefoontje. Ik wil de mensen zo veel mogelijk hoop geven.” 

“Je voelt hier de positieve vibe, de wil van de revalidanten om beter te worden.”  – Prof. Dr. Erika Vlieghe

Zwoegen in het ‘sporthotel’

Genoeg gepraat, tijd voor actie. De eerste revalidanten staan klaar om naar hun kamer vervoerd te worden. Erika: “Dag mevrouw, mag ik u naar uw kamer brengen?” “Zeker, het is een eer, zegt Mia, een Limburgse. Of ze nu wil of niet, Erika Vlieghe is sinds de start van de coronacrisis een Bekende Vlaming. “Mevrouw Vlieghe, je hebt uitstekend werk geleverd”, horen we
meermaals in de wandelgangen.

Marc gidst ons door die gangen als een volleerde scout. “Nu gaan we alleen, maar soms gaat ook de ergotherapeut of kine mee tot op de kamer omdat ze de revalidanten vanuit de rolstoel zelf op hun bed leren schuiven met een plankje.”

Mia gleed een poosje terug uit aan haar brievenbus en viel. Verdict: breuk in het bovenbeen en dubbele breuk in de pols. Ze werd geopereerd in het Virga Jesse ziekenhuis In Hasselt en revalideert nu in RevArte. Ze krijgt kine van negen tot half twaalf, inclusief rustpauzes. “Van 13.15 tot 14.30 uur volgt een sessie ergotherapie., maar vooral de kine is zwaar”, lacht ze. “Ik start met opwarmingsoefeningen om het been soepel te maken, daarna ga ik fietsen, vervolgens doe ik zijwaartse oefeningen op de toestellen. Dit is hier echt een sport-hotel”, lacht ze. Maar ik ben hier heel tevreden, tijdens de therapie wordt er veel gelachen en ze geven je veel moed.”

Wanneer we in de kamer arriveren, geeft Marc een tip aan Erika. “Gewoonlijk doe ik altijd die voetstukken omhoog (toont het even) en zet ik de rolstoel tegen de muur zodat hij uit de weg staat.”

“Wat moeten vrijwilligers doen als er een rolstoelpatiënt het bewustzijn verliest?”, vraagt Erika. “Dan moeten we het nummer 6000 bellen. Op dit traject zijn natuurlijk altijd medewerkers in de buurt, maar je hebt als vrijwilliger wel een grote verantwoor-delijkheid, ja.”

Mensen aanvoelen is een kunst

Wanneer we terug naar beneden gaan, valt Erika’s oog op de prachtige binnentuin. “Hebben jullie ook activiteiten buiten?”, vraagt ze. “We hebben net een parcours aangelegd met verschillende ondergronden waar de therapeuten en patiënten bij mooi weer samen kunnen oefenen”, vertelt An. “Ook in deze binnentuin hebben we verschillende nivelleringen, om hen terug voeling te laten krijgen met de grond.”

We ontmoeten nog even Catharina, een Nederlandse die net een nieuwe heup heeft. “Mogen we jou ook nog vervoeren?”
“Ja, gezellig toch?”, zegt ze met Hollandse flair. “Zo’n nieuwe heup is niet niks potverdorie. Sommigen zijn in een paar weken ‘klaar’, maar ik heb zeker nog vijf weken revalidatie te gaan. Gelukkig heb ik tijd zat en heb ik het ook helemaal naar mijn zin hier.”

An benadrukt dat de vrijwilligers veel meer doen dan rolstoelvervoer (geeft ons een foldertje). “Op bijna elke afdeling is er een vaste vrijwilliger voor een luisterend oor of gesprek. Als therapeuten moeten wij ervoor zorgen dat de revalidanten revalideren, wij kunnen geen half uur vrijmaken voor een babbel, daarom is het fijn dat er afdelingsvrijwilligers zijn die die taak op zich nemen. We hebben zondags-vrijwilligers die ondersteuning en patiëntenvervoer  bieden bij de zondags-vieringen. Sommigen staan in voor de wekelijkse bibliotheek-ronde. Er zijn chauffeurs voor onze rolwagenbus bij huisbezoeken of daguitstappen van patiënten. Anderen begeleiden rolstoel-patiënten dan weer naar het UZA-ziekenhuis bij consultaties en we hebben natuurlijk ook vrijwilligers in de cafetaria. Onze pool telt zo’n 45 man, maar we kunnen er altijd nog meer gebruiken”, zegt An met een knipoog.

Wat is volgens haar de ideale vrijwilliger? An: “Hij moet vooral goed kunnen luisteren. Ex-patiënten willen hier soms starten als vrijwilliger, maar als ze zelf nog in hun verwerkingsproces zitten, is de tijd niet rijp voor vrijwilligerswerk.  Marc: Je moet vooral aanvoelen wat de patiënt kwijt wil zonder per se je eigen verhaal te willen vertellen. Sommigen praten liever over koetjes en kalfjes, anderen willen hun hele leven kwijt. En we hebben ook het recht om ‘neen’ te zeggen op een vraag van een revalidant of medewerker als dat niet tot ons takenpakket behoort.”

Tous ensemble, voor de revalidant

De tijd van Erika is beperkt, kinesist Marysol leidt ons nog even rond in de grote revalidatiezaal. Een revalidant traint de stabiliteit van zijn voetgewricht op een bosubal. “Ons enige contact met de aarde zijn onze voeten. Als die niet juist reageren, reageert heel ons lichaam fout”, doceert Marysol. “Elke kinesist heeft zijn eigen specialiteit: dwarslaesie, amputaties, etc. Vroeger behandelde iedereen alle patiënten, maar nu specialiseren we meer. Bij amputaties komen er bijvoorbeeld steeds nieuwe protheses op de markt. Jaarlijks volgen we ook opleidingen.”

Voor elke doelgroep werken artsen, specialisten, verpleeg- en zorgkundigen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, sport- en bewegingstherapeuten, logo-pedisten, psychologen en maatschappelijk werkers samen in een gespecialiseerd multidisciplinair team. Marysol: “In deze revalidatiezaal werken vooral de kinesi-therapeuten en ergotherapeuten nauw samen. Bij een nieuwe schouder zorgen ergo’s ervoor dat de patiënten zich opnieuw zelf kunnen aankleden en wassen, wij zorgen eerder voor de mobiliteit en de kracht.”
“Je voelt hier de positieve vibe, de wil van de revalidanten om beter te worden.”

We nemen afscheid van Erika en vrijwilliger Marc. Bij RevArte organiseren ze elk jaar een bedankingsfeest (etentje en kleine attentie) voor hun vrijwilligers, waarop Marc meteen repliceert: “We krijgen die bedanking elke dag van onze revalidanten en zorgverleners, schrijf dat maar op.” Als ik An vraag of RevArte nog zou kunnen draaien zonder vrijwilligers, antwoordt ze na enige aarzeling: “Ik denk het niet.” “Ik denk het wel”, zegt Marc, maar dat gaat zeker ten koste van de kwaliteit.” Of hoe ook de vrijwilligers er elke dag mee voor zorgen dat er kleine mirakels gebeuren in RevArte. Want dat is elke revalidatie nu eenmaal, een klein wonder.

Zo word je vrijwilliger bij RevArte

Bij RevArte gaan ze niet over één nacht ijs bij de selectie van vrijwilligers. An Van Overloop: “Op www.revarte.be kan je je aanmelden als kandidaat-vrijwilliger. Daarna wordt de kandidaat-vrijwilliger uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dat eerste gesprek krijgt de kandidaat uitleg over de patiënten, welke soorten therapieën wij aanbieden en welke taken een vrijwilliger kan vervullen. Ik pols waar ze het liefst ingezet worden. Wie niet graag in gesprek gaat met iemand, zal ik die niet op een afdeling inzetten. We gaan met onze vrijwilligers graag in zee voor een langer engagement. Ze krijgen daarom een basiscursus en tips van de organisatie Present. De vrijwilliger ondertekent een contract van Present zodat hij verzekeringsmatig gedekt is en ook de discretieplicht en beroepsgeheim moet hanteren.

Prof. Dr. Erika Vlieghe
expert in infectieziekten en tropische geneeskunde
  • Diensthoofd algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische geneeskunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.
  • Doceert tropische geneeskunde en infectieziekten aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de Universiteit Antwerpen.
  • Stond twee jaar in de vuurlinie van de coronapandemie, als professor Infectiologie (UZ Antwerpen) en voorzitter van de GEMS (Groep van Experts voor de Management-strategie van Covid-19).
Marc Van den Bergh
vrijwilliger bij RevArte
  • Helpt sinds 2019 als vrijwilliger bij revalidatieziekenhuis RevArte.
  • Doet vooral intern ziekenvervoer, waarbij hij rolstoelpatiënten na hun therapie terug naar hun kamer op de afdeling brengt.
  • Kreeg zeven jaar geleden zelf een herseninfarct. “Dankzij de goede zorgen van RevArte ben ik er goed uitgekomen.” 

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Wouter Torfs

“We hebben maar één regel: respect

Wouter Torfs en begeleider Dirk gaan samen aan de slag met kwetsbare jongeren

Verborgen aan de voet van de Hagelandse heuvel Beninksberg in de groene vallei van de Molenbeek bevindt zich Centrum Molenmoes. Wouter Torfs, nu nog CEO van Schoenen Torfs maar vanaf volgend jaar voorzitter van het Centrum Algemeen Welzijnswerk, maakt er deze namiddag kennis met de jongeren, begeleiders en vrijwilligers van het project Rizsas.

Wanneer we arriveren in Centrum Molenmoes is zowat iedereen druk aan de slag op het domein. Een groepje jongeren kapt versleten kasten in stukken, een vrijwilliger staat een picknicktafel af te schuren en enkele begeleiders werken hun administratie bij op het terras. We worden met open armen ontvangen door cöordinator Annick Haesendonck. “Heel fijn dat jullie er zijn! Let niet op de rommel, we zijn momenteel druk aan het opruimen omdat er morgen een grote groep mensen langskomt. Willen jullie iets drinken?”

“Hier kan en mag er heel veel maar moet er weinig.” – Dirk Timmermans

Rizsas is maar een van de vele projecten die gehuisvest zijn in Centrum Molenmoes. Centrum Molenmoes is dan weer een afdeling van De Wissel, een begeleidingsnetwerk voor kwetsbare jongeren en jonge gezinnen. Het project Rizsas focust zich specifiek op jongeren die geen aansluiting meer vinden in het reguliere onderwijs. “We bieden deze jongeren elke weekdag een plek waar ze tot rust kunnen komen en zichzelf kunnen ontplooien”, vertelt coördinator Annick. “We hebben een groot aanbod aan ateliers waar ze vrij aan de slag kunnen. Het leek ons een goed idee om Wouter vandaag te laten meelopen met Dirk. Hij is vandaag onze ‘vliegende begeleider’, wat betekent dat hij als het ware ‘rondvliegt’ tussen de jongeren en kijkt waar hij hen kan ondersteunen. Zie je dat zitten, Wouter?”

“Absoluut”, knikt Wouter opgetogen. “Dat klinkt als een boeiende uitdaging, laat maar komen! Ik kijk er al naar uit om de jongeren en jullie werking beter te leren kennen.”

Aanklampend maar nooit dwingend

Terwijl we wachten op Dirk – die naar het muziekatelier blijkt te zijn gevlogen – maakt Wouter kennis met conciërge en begeleider Tom, begeleidster Jolien en stagiaire Manon. “Ik ben hier vandaag ook op stage”, grapt hij. Bij Tom, Jolien en Manon zit ook Marie-Rose aan tafel. Zij is een gepensioneerde dame met een beperking die vlakbij woont in de Vlasselaar, een groepswoning voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij komt elke week twee halve dagen naar Centrum Molenmoes, want ze komt er graag en geniet van het gezelschap van de jonge mensen.

Even later komt er een man met uitgestoken hand op Wouter afgelopen. “Wouter, Dirk. Dirk, Wouter”, zegt Annick. “Aangenaam”, zegt Dirk. “Ik heb al veel over u gehoord!” “Hopelijk alleen maar goeie dingen”, lacht Wouter. “Vertel eens hoe ik jou vandaag kan en mag helpen?”

“Wel, je zit alvast in de juiste mindset, want hier kan en mag er heel veel maar moet er weinig”, legt Dirk uit. “We hebben eigenlijk maar één regel: respect. Daarnaast verwachten we van de jongeren eigenlijk enkel dat ze er bij zijn wanneer we samen starten en afsluiten. Als zij verder de hele dag met hun smartphone in de zetel willen hangen, dan is dat oké. Uiteindelijk worden ze dat toch beu en vinden ze vanzelf hun weg naar de ateliers. We werken wel aanklampend en blijven de jongeren vragen of ze zin hebben om deel te nemen aan een activiteit, maar we gaan hen nooit forceren of hen slecht laten voelen omdat ze een hele dag niets productief gedaan hebben. Dat hebben de meeste jongeren die hier komen al genoeg gehoord, en dat is vaak ook net waar ze op zijn vastgelopen.”

“Dit project heeft zoveel verschillende aspecten en is enorm creatief. Het is in de eerste plaats gefocust op mensen en hun talenten, niet op wat er misgaat.” – Wouter Torfs

Gelijkwaardigheid staat centraal

“Dit is de ruimte waar we elke dag beginnen en eindigen”, vertelt Dirk. “Elke ochtend gaat er iemand op de ‘voorzittersstoel’ zitten. Dat kan eender wie zijn: een jongere, een begeleider, een vrijwilliger … De persoon die plaatsneemt in die stoel, leidt die dag de overleg-momenten. ‘s Ochtends proberen we onze dag zoveel mogelijk structuur te geven. We hebben een aantal vaste ateliers zoals fitness, muziek, crea en dieren. Maar er is ook veel ruimte voor andere ideeën en activiteiten. Per activiteit wordt er een verantwoordelijke gekozen.”

“Stel nu dat de meerderheid in de voormiddag wil fitnessen, betekent dat dan dat iedereen mee moet naar het fitness-atelier?”, vraagt Wouter. “Want als begeleiders kunnen jullie natuurlijk ook maar op één plaats tegelijk zijn.”

“Wij kunnen ons inderdaad niet in twee splitsen, maar dat hoeft ook niet”, antwoordt Dirk. “Ook jongeren kunnen verantwoordelijk zijn voor een atelier. Gelijkwaardigheid is dan ook een van onze grootste principes. Zelfs als een activiteit niet op de planning staat, kan die alsnog plaatsvinden als daar tijd en ruimte voor is. Zo hadden we vandaag eigenlijk geen muziekatelier ingepland, maar nu zitten er daar toch twee jongeren. Daarnet was ik bij hen, maar ik weet dat ze onze studio genoeg kennen om ook zonder mij prima hun plan te trekken.”

“We baseren ons voor de werking van Rizsas op de institutionele pedagogie van Fernand Oury en Célestin Freinet”, licht Annick toe. “Die pedagogie richt zich op het indirect prikkelen van de verlangens van de jongeren. Om dat goed te kunnen doen, hangt veel af van de begeleiders. Zij moeten zich immers bewust zijn van hun eigen verlangens en moeten die zo gepassioneerd mogelijk kunnen overbrengen op de jongeren. Dat kan je ook niet leren uit een boek, maar enkel door te doen. Het zijn dan ook echt de begeleiders die hier het verschil maken.”

“Naast de atelierwerking hebben we een aantal vaste rollen die elke dag ingevuld moeten worden, en ook die verdelen we onder begeleiders, vrijwilligers en jongeren”, gaat Dirk verder. “Zo zijn er mensen die voor de lunch en de afwas zorgen, iemand die de telefoon opneemt, iemand die gasten onthaalt, iemand die indien nodig naar de winkel gaat enzovoort. Daarnaast hebben we ook wat specifiekere taken: omdat we vrijwilligers van over heel Europa hebben via het European Solidarity Corps, is er ook iemand verantwoordelijk voor vertalingen naar het Engels. Daarnaast is er ook nog de verantwoordelijke voor de bel: die wordt zes keer per dag geluid en zorgt voor structuur doorheen de dag.”

Zombie, zombie, zombie-ie-ie

“Hoe ben jij in dit project terechtgekomen?”, vraagt Wouter aan Dirk. “Ik ben filosoof van opleiding maar werkte voorheen eigenlijk voor een ander project van De Wissel en ben daarnaast ook muzikant. Trompet is mijn hoofdinstrument, maar ik speel ook piano en drum”, antwoordt hij. “Aha”, zegt Wouter. “Dat verklaart ook meteen waarom jij daarnet in het muziekatelier zat!” “Inderdaad”, lacht Dirk. “Speel jij een instrument?” “Helaas niet,” reageert Wouter, “maar ik zing wel graag.” “Ah, perfect”, zegt Dirk. “Net wat we nodig hebben in het muziekatelier!”

Dirk neemt ons mee naar de zolder boven het gebouwtje waar op het gelijkvloers de keuken zit. De muziek komt ons beneden al tegemoet: Zombie van The Cranberries. Boven zitten twee jongeren met een gitaar op hun schoot, vrijwilliger Manon zit achter de piano en Dirk vergezelt hen achter de drums. Wouter moet even zijn bril gaan halen om de tekst te kunnen lezen, maar nog geen tien minuten later staat hij ‘in your head, in your head, zombie, zombie, zombie-ie-ie’ te brullen alsof hij er al z’n hele leven lang voor aan het repeteren is.

“Rizsas focust zich specifiek op jongeren die geen aansluiting meer vinden in het reguliere onderwijs. We bieden hen elke weekdag een plek waar ze tot rust kunnen komen en zichzelf kunnen ontplooien.” – Annick Haesendonck

Wanneer de bel ons laat weten dat het tijd is voor het afsluitmoment, vragen de jongeren om nog snel één laatste keer het nummer te spelen voor we naar beneden gaan. “Je ziet het, Wouter, je zangtalent maakt al indruk!”, lacht Dirk.

Deelnemen is belangrijker dan winnen

Iedereen verzamelt in het vergaderlokaal voor het afsluitmoment. Alle taken worden overlopen en afgecheckt. Begeleider en voorzitter van de dag Jolien vraagt aan iedereen hoe hun dag is geweest. De antwoorden variëren van een simpele ‘goed’ tot uitgebreide beschrijvingen. “Wouter, hoe was jouw dag?”, vraagt Jolien wanneer hij aan de beurt is.

“Vanochtend heb ik een lange wandeling gemaakt met een goede vriend. Daarna ben ik naar hier gekomen, en ik moet zeggen dat ik enorm onder de indruk ben van jullie allemaal en van de werking van Rizsas”, vertelt Wouter. “Het project heeft zoveel verschillende aspecten en is enorm creatief. Het is in de eerste plaats gefocust op mensen en hun talenten, niet op wat er misgaat. Prachtig vind ik dat. Daarbovenop kreeg ik ook nog eens de gelegenheid om muziek te spelen en heb ik herontdekt hoé graag ik zing. Ik kan het niet heel goed, maar ik doe het wel graag. En als ik hier vandaag iets heb geleerd, is het wel dat dat het allerbelangrijkste is.”

“Wat mij zeker zal bijblijven is de schoonheid van het initiatief. Het is bewonderenswaardig hoe men in Centrum Molenmoes op een laagdrempelige manier opnieuw een perspectief biedt aan jongeren die niet gedijen in het klassieke onderwijssysteem. Het idealisme en de heldere visie van de begeleiders maken hier net verschil. Het is dankzij hun geloof in de talenten van deze jongeren dat zij ookopnieuw in zichzelf kunnen geloven. Ook van het multidimen-sionale aspect van het project ben ik erg onder de indruk. Het centrum legt de link naar bedrijven, betrekt buurtbewoners, maakt gebruik van de omliggende natuur … Het mag dan wel een kleinschalig initiatief zijn, het getuigt van enorm veel creativiteit en ondernemerschap.” – Wouter Torfs

Wouter Torfs,
CEO schoenen torfs
  • Gaat eind dit jaar op pensioen als CEO bij Schoenen Torfs.
  • Start in 2023 als voorzitter van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW).
  • Werd tien keer Beste Werkgever van het Jaar.
  • Studeerde rechten.
  • Woont in Berlaar met zijn partner.
Dirk Timmermans,
begeleider bij Rizsas
  • Werkt nog maar sinds september in Centrum Molenmoes, was daarvoor begeleider bij OverKop Tienen, een ander project dat geleid wordt door De Wissel.
  • Speelt trompet bij Jaune Toujours en Condor Gruppe.
  • Studeerde muziek en filosofie.
  • Woont in Sint-Margriete-Houtem met zijn partner en hun drie kinderen.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Leen Van Den Neste

“Het woord wijk staat duidelijk centraal in dit wijkgezondheidscentrum”

Leen Van den Neste en kinesist Andy laten samen Nieuw Gent bewegen

Voor deze Job Take Over trekken we naar de levendige sociale woonwijk Nieuw Gent. Leen Van Den Neste, CEO van vdk bank, loopt er enkele uren mee met kinesist Andy De Vos van Wijkgezondheidscentrum Nieuw Gent. Ze zetten samen in op het belang van bewegen én geven zelf het goede voorbeeld aan patiënten.

Het wijkgezondheidscentrum Nieuw Gent bevindt zich in een prachtige nieuwbouw die rust uitstraalt, zelfs met een goed-gevulde wachtzaal. Coördinator An Van de Walle en kinesist Andy De Vos ontvangen ons op de eerste verdieping om wat meer te vertellen over hun werking. Straks staat er immers een groepsles rond bewegen op de planning die bankdirecteur Leen Van Den Neste mee zal begeleiden.

 “Een van onze belangrijkste waarden is dat we multidisciplinair werken. Dat betekent dat we onder één dak zitten met heel wat diverse disciplines die allen nauw met elkaar samenwerken om de patiënten zo goed mogelijk van dienst te zijn”, vertelt Andy. “Huisartsen, verpleegkundigen, gezondheidspromotoren, maatschappelijk werkers, kinesisten, een diëtiste en een podologe verwijzen naar elkaar door indien nodig en wisselen onderling belangrijke informatie uit. Zo kunnen we steeds een zo goed mogelijke zorg op maat bieden.”

“We hebben trouwens ook een tandartsenpraktijk die zich in de voormalige directeurswoning van het oude gebouw van vdk bank bevindt”, valt An hem bij. “Wat een toeval! Gelukkig zitten jullie niet in de oude kluizenzaal”, lacht Leen. “Ook mooi hoor, maar dat zou misschien wat afschrikkend kunnen werken.”

Positief blijven communiceren

“Als wijkgezondheidscentrum ontvangen we voor de zorgen van onze huisartsen, verpleegkundigen en kinesisten rechtstreekse financiering via de ziekenfondsen van de patiënten”, vertelt An. “Daarnaast bieden wij ook nog andere zorgdisciplines aan vertrekkend vanuit de noden van onze patiënten en de wijk. Die zorgnoden zijn groot en divers in een wijk als Nieuw Gent. Zo zijn we momenteel zoekende naar wat we te bieden hebben op vlak van mentale gezondheid, op een moment dat personeel en middelen schaarser worden. 

Ik denk ook niet dat elke patiënt die het moeilijk heeft op mentaal vlak enkel een psycholoog nodig heeft. Soms spelen ook maatschappelijke oorzaken zoals armoede, individualisering, crisis op de huizenmarkt …  daar een grote rol in en kan een maatschappelijk werker net meer betekenen. Ik stel me dan soms ook de vraag of we een overheid nodig hebben die meer investeert in mentale gezondheid of eerder in sociale huisvesting. Dat is iedere keer het dilemma waar wij ook voorstaan: waar willen we op inzetten met het budget dat we hebben?”

“Tegelijkertijd kunnen we niet rond de vaststelling dat we in een van de meest welvarende landen ter wereld wonen”, zegt Leen. “Nergens in Europa wordt er zoveel geld herverdeeld als in België. Laat mij duidelijk zijn: ik juich dat absoluut toe en vind dat we dat koste wat het kost in stand moeten houden. Dat het groeipakket in Vlaanderen uiteindelijk niet geïndexeerd werd, is een regelrechte ramp. Want daar raakt onze regering aan die herverdeling. Desalniettemin mogen we in alle negativiteit niet vergeten dat we het hier in Vlaanderen op dat vlak ontzettend goed hebben. We moeten zeker waakzaam en alert blijven, maar ik vind het heel belangrijk dat we positief blijven communiceren.”

“Absoluut”, knikt An. “Maar het zou wel fijn zijn dat goeie praktijken door de overheid opgepikt en verduurzaamd worden. Het lijkt me essentieel dat we de debatten blijven aangaan en op de nodige nagels blijven kloppen. Ik denk dat we daar als wijk-gezondheidscentrum ook een belangrijke rol in kunnen en moeten opnemen.”

“Een van onze belangrijkste waarden is dat we multidisciplinair werken. Dat betekent dat we onder één dak zitten met heel wat diverse disciplines die allen nauw met elkaar  samenwerken om de patiënten zo goed mogelijk van dienst te zijn.” – Andy De Vos

Bewegen is belangrijk

“Vandaag willen we vooral inzetten op het belang van bewegen. We merken dat het niet zo eenvoudig is om patiënten daarvoor te motiveren. Maar het kan een ontzettend verschil maken in iemands levenskwaliteit, zowel preventief als herstelgericht. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat mensen wel gemotiveerd worden om bewegen in hun dagelijkse routine op te nemen”, legt Andy uit.

“Om iemand succesvol aan het bewegen te krijgen, zoeken we eerst uit wie de patiënt is. Sport hij of zij liever alleen of in groep? Is bewegen een opgave of heeft de patiënt weinig motivatie nodig om meer te bewegen? Eens we dat beeld hebben gevormd, kijken we naar de opties die bij de patiënt passen.

Zo werken we onder meer met praktijk-ondersteunende kinesisten die groepslessen geven en hebben we de beweegroute Allez Bougez doorheen de buurt. De route start hier aan het centrum en loopt door het nabijgelegen park. Met behulp van straatmeubilair kunnen mensen een twintigtal eenvoudige oefeningen uitvoeren. Sinds enkele jaren maken we ook gebruik van Bewegen op Verwijzing, een project waarbij een bewegingscoach samen met een patiënt een beweegplan op maat opmaakt en die patiënt ook motiveert om dat te volgen. Dat project vindt trouwens zijn oorsprong in een Leuvens wijkgezondheidscentrum.”

An’s telefoon rinkelt. “Onze patiënten zijn er”, zegt ze. “Klaar om aan de slag te gaan?”

Gezond 100 worden

We maken kennis met de 81-jarige Ghislaine en de 78-jarige Ilona, twee overbuurvrouwen uit de buurt die naar eigen zeggen alles delen. Zo ook hun goesting om te blijven bewegen voor hun gezondheid.

“Mijn kinderen zijn ervan overtuigd dat ik 100 jaar ga worden”, zegt Ghislaine. “Daarom kom ik geregeld sporten, want ik wil wel goéd 100 jaar worden. Ik heb mezelf nu een jaar gegeven om de achterstand in te halen die ik opgelopen heb tijdens de coronapandemie. Iedereen zei mij dat ik moest wandelen om fit te blijven, maar ik doe dat niet graag. Maar de groepslessen, die doe ik met veel plezier.”

Terwijl de dames zich klaarmaken voor de les, bereidt Leen samen met Andy en zijn collega Marlies de ruimte voor: stoelen gaan aan de kant en matjes worden verzameld. Eens iedereen zich samen heeft verzameld in een cirkel, toont Leen samen met Marlies de opwarmingsoefeningen voor alsof ze nooit wat anders heeft gedaan. “We zijn altijd op zoek naar goeie kinesisten hé”, grapt Andy.

Naast de groepslessen in het wijkgezondheidscentrum gaat Ghislaine eveneens elke maandagavond naar de wekelijkse beweeglessen in de sportzaal van het nabijgelegen wijkschooltje. “Die organiseren wij samen met Stad Gent”, legt An uit. “Zij zorgen voor de lesgever en de organisatie, wij zorgen dat patiënten de weg vinden naar de les. Katrien, onze gezondheidspromotor, is daar ook telkens aanwezig. Zo kunnen deelnemers ook steeds bij haar terecht met eventuele vragen.”

Andy legt een rekoefening uit die Leen op haar beurt voortoont aan Ghislaine en Ilona. “Ik voel het ook al in mijn schouders”, lacht ze. “Straffe madammen! Ik twijfel er niet aan dat jullie die 100 jaar vlot gaan halen. Zeker met de nodige ondersteuning van het team van WGC Nieuw Gent. Het woord wijk staat duidelijk centraal in dit wijkgezondheidscentrum.”

Leen Van den Neste,
CEO van vdk bank
  • Studeerde rechten en accounting.
  • Werkte bij KPMG en Groep Arco.
  • Is sinds 2012 CEO bij vdk bank.
  • Woont in Herzele met haar partner.
Andy De Vos,
kinesist bij WGC Nieuw Gent
  • Studeerde kinesitherapie.
  • Werkte als kinesist in een woonzorgcentrum en als zelfstandige en is sinds 2016 aan de slag bij WGC Nieuw Gent.
  • Woont in Destelbergen met zijn partner en hun twee kinderen.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Hendrik Delaruelle

“Hier zijn de structuren ondergeschikt aan de ondersteuning van kinderen en jongeren”

Hendrik Delaruelle keert terug naar het werkveld met ergotherapeute Stefanie

We bevinden ons in het landelijke Landegem, waar Hendrik Delaruelle, algemeen directeur van het Vlaams Welzijnsverbond, een halve dag gaat meedraaien op de campus van Ten Dries. Daar kunnen kinderen, jongeren en adolescenten met een motorische en/of een meervoudige beperking van 1 tot 21 jaar terecht voor onderwijs, begeleiding en  therapie.

Bij aankomst in Ten Dries staat ergotherapeute Stefanie Pesant al klaar om ons mee op pad te nemen. Nog geen vijf minuten later heeft Hendrik zijn mouwen al opgestroopt – letterlijk en figuurlijk, want we maken kennis met de immer vrolijke Diethe in de warme aankleedruimte van het zwembad. Diethe heeft ten gevolge van een genetische mutatie op het ATAD3-gen een motorische beperking. Om zich te bewegen en te verplaatsen, heeft ze hulp nodig van anderen. Ze vertelt enthousiast dat ze vandaag onder water geweest is. Wanneer Hendrik vraagt of hij haar mag helpen bij het aankleden, krijgt hij een volmondige ja als antwoord. “Duidelijk niet de eerste keer dat je dat doet”, merkt Stefanie op. “Dat klopt”, zegt Hendrik. “Ik heb zelf een diploma als orthopedagoog. Ik heb jaren gewerkt als opvoeder en vrijwilliger bij kinderen en volwassenen met zowel motorische als verstandelijke beperkingen. Daarnaast ben ik ook papa van drie kinderen en opa van vier kleinkinderen.”

Eens Diethe klaar is, draagt Hendrik haar naar haar rolwagen. “Ik ben nu al enorm onder de indruk van de geïntegreerde werking hier”, merkt hij op. “Ik zie een opvoedster, een leerkracht, een kinesiste en een ergotherapeute die allemaal fantastisch samenwerken om het de kinderen zo comfortabel als mogelijk te maken.”

Tijd voor een pauze

Tijd om samen naar de klas van juf Beatrijs te gaan, waar er verse soep wacht op Diethe. En ook op Hendrik en Stefanie wacht er verse soep in de personeelsruimte. Daar is er ook meteen tijd voor wat diepgaandere gesprekken. “Hoewel ik mijn job nu heel graag doe, besef ik hier wel dubbel zo hard hoezeer ik het werken met de cliënten mis. Het vrijwilligerswerk dat ik als zestienjarige heb gedaan in een voorziening voor mensen met een beperking, heeft uiteindelijk mijn leven bepaald. Ik heb er mijn vrouw leren kennen, besloten wat ik zou gaan studeren, en er mijn hele carrière rond gewerkt”, vertelt Hendrik. “Ik vind dat elke jongere eigenlijk zo’n ervaring in zorg- en welzijn zou moeten meemaken. En dan heb ik het niet over enkele uren meedraaien zoals ik vandaag doe, maar minstens twee weken. Natuurlijk zal niet elke jongere daarna ook effectief naar de sector trekken en dat hoeft ook niet. Maar ik ben er wél van overtuigd dat het veel meer jonge mensen kan warm maken voor een job in zorg en welzijn. Los daarvan is het sowieso een enorm verrijkende ervaring die hen zal bijblijven voor de rest van hun leven. En het zorgt uiteraard ook voor meer respect voor het beroep.” 

“Hoewel ik mijn job nu heel graag doe, besef ik hier wel dubbel zo hard hoezeer ik het werken met de cliënten mis.” – Hendrik Delaruelle

We worden vergezeld door Hanna Van Coster, die in Ten Dries aan de slag is als clustercoach. “Sinds een vijftal jaar hanteert Ten Dries een vlakke organisatiestructuur met multidisciplinaire teams die zelforganiserend werken. Om dat in goede banen te leiden, zijn er clusters gevormd. Elke cluster omvat een groep leerlingen, met een vast team medewerkers. Deze clusters worden inhoudelijk ondersteund door een orthopedagoog en een clustercoach. Waar de orthopedagoog eerder inzet op het kindgerichte, ondersteun ik de teams in hun ontwikkelproces en hun groei naar zelforganisatie. Het gevolg van die manier van werken zie je niet enkel bij de medewerkers. We kunnen ook veel cliëntgerichter aan de slag.”

Hendrik is het daar volmondig mee eens. “Het was me al snel duidelijk dat de zorg voor en de ondersteuning aan de kinderen primeert. De structuren zijn daaraan onder-geschikt. Dat is de dag van vandaag nog steeds geen evidente keuze als organisatie, maar wel dé essentie van een geïntegreerde werking. Daar moeten we binnen zorg en welzijn massaal naartoe evolueren.” 

“Het afstemmen tussen het denken vanuit clusters en de verschillende expertisegroepen blijft een voortdurende evenwichts-oefening”, zegt Stefanie. “Toch merken we dat onze manier van werken en denken meer continuïteit biedt aan de kinderen. De clusters geven ons de mogelijkheid om kinderen enkele jaren door dezelfde mensen te laten omringen. En dat is ontzettend waardevol. Zowel voor de kinderen en hun ouders als voor ons.”

Naar de klas

Na de pauze gaan Stefanie en Hendrik opnieuw naar de klas van juf Beatrijs.
“Heb je zin om te tonen hoe goed jij met de computer kan werken?”, vraagt Stefanie aan Diethe, die luidop schaterend ja zegt. Met een speciale houder monteert
Hendrik een tablet op de rolwagen. Juf Beatrijs toont Diethe foto’s van haar klasgenootjes, en vraagt haar om hun naam te selecteren op haar scherm. “Diethe bedient haar computer met haar ogen”, legt Stefanie uit. “We kijken altijd naar wat het beste werkt voor elk kind. Sommigen bedienen de tablet rechtstreeks, bij anderen fungeert hun rolstoelwerkblad als touchpad, nog anderen gebruiken hun mond … Momenteel zit Diethe in een manuele rolstoel, maar ze heeft ook een elektrisch exemplaar met een joystick dat ze helemaal zelfstandig kan bedienen met haar handen. Dat vraagt echter best wat inspanning, dus gebruiken we die niet de hele dag.”

Een andere oefening die Diethe krijgt, is om haar eigen haarkleur te beschrijven met ‘gewone’ kleuren. Geel en bruin, besluit ze. Het haar van Stefanie? Dat is uiteraard oranje. En Hendrik? Grijs en wit. “Wrijf het er maar in”, reageert hij lachend.

Diethe kan haar computer niet enkel gebruiken om te communiceren, ze kan er ook mee naar muziek luisteren, spelletjes op spelen en foto’s en filmpjes bekijken van haar vorige school. “Aangezien het bedienen van de tablet veel concentratie vergt, merk je na een tiental minuten wel dat het tijd wordt om af te ronden”, zegt Stefanie.

“Sinds een vijftal jaar hanteert Ten Dries een vlakke organisatiestructuur met multidisciplinaire teams die zelforganiserend werken.” – Hanna Van Coster

Op zoek naar Nael

We laten Diethe achter bij juf Beatrijs en zwaaien de klas gedag om op zoek te gaan naar de vijfjarige Nael, een jongen met een motorische beperking. Maar hem vinden blijkt makkelijker gezegd dan gedaan, want de klas lijkt spoorloos. “Het is een uitzonderlijk mooie septemberdag, dus wellicht zijn zij even een spontane wandeling gaan maken”, zegt Stefanie. “Maar dat biedt ons een ideaal moment om even een kijkje te gaan nemen in de leefgroepen.”

Ten Dries werkt heel vraaggestuurd: kinderen en jongeren kunnen er enkel naar school gaan maar ze kunnen er ook 7 op 7 ondersteund worden. Daarom is er een groot aanbod van sport- en vrijetijds-activiteiten op maat, therapeutische ondersteuning en een weekend- en vakantiewerking. Ook kinderen die in het reguliere onderwijs naar school gaan kunnen in Ten Dries terecht voor mobiele en ambulante begeleiding.

Wanneer we terug in het schoolgebouw komen, weet een collega van Stefanie ons te vertellen dat de klas van Nael op de nabij-gelegen manege is voor hippotherapie. Daar maken we kennis met Laurens, coördinator van Dennenhof, en Kim, hippotherapeute.
“Niet alleen de kinderen hebben nu middagpauze”, zegt Kim. “Ook de paarden hebben er nood aan om even buiten rond te lopen met elkaar. Het werk dat ze hier doen is immers ook heel intens voor hen.”

Etenstijd

En daar is eindelijk de klas van juf Els met Nael. Hendrik rijdt hem terug naar Ten Dries, waar Nael een plekje aan tafel krijgt en Hendrik hem een slabber aantrekt. “De kinderen eten in twee groepen”, vertelt Stefanie. “Anders zou het te druk worden.”

“Ik zie dat ook hier weer het volledige team wordt ingezet om de kinderen te helpen bij het eten geven, los van hun functie”, zegt Hendrik bewonderend. “Doen jullie dat altijd en is dat al lang zo?”, vraagt hij aan een collega van Stefanie. “Al zo lang als ik het me kan herinneren”, antwoordt Valerie D’hoker. “En ik werk hier al 27 jaar. Maar we zien de laatste jaren wel een grote toename in de zorgzwaarte van de kinderen bij ons in Ten Dries. Momenteel hebben bijna alle aanwezige kleuters intensieve hulp nodig bij het eten. We hebben heel wat kinderen met slikproblemen, dus iedereen die mee eten geeft, heeft een opleiding gekregen om de kinderen op de comfortabele en veilige manier te begeleiden bij het eten en drinken.”

Ook Nael heeft slikproblemen en eet volledig gemixt. Vandaag staan er vol-au-vent, kroketten en sojascheuten op het menu. “Een bijzonder flinke eter”, merkt Hendrik op. “Maar wie zou er niét blij zijn met vol-au-vent en kroketten?”

“Door te werken in clusters hebben we de mogelijkheid om kinderen enkele jaren door dezelfde mensen te laten omringen. En dat is ontzettend waardevol. Zowel voor de kinderen en hun ouders als voor ons.” – Stefanie Pesant

Tot ziens, Ten Dries

Na het eten is het tijd voor een dutje en nemen we niet alleen afscheid van Nael maar ook van Ten Dries. Directeur Rianne Welvaarts komt nog even langs om ons uit te zwaaien. “Mag ik je ontzettend feliciteren met deze prachtige werking?”, vraagt Hendrik haar. “Ik ben meer dan onder de indruk van de warme sfeer en collegialiteit die hier heerst, altijd met de kinderen op de eerste plaats.”

“Dat mag zeker”, glimlacht Rianne. “Al heb ik natuurlijk erg veel te danken aan mijn voorganger en aan alle medewerkers die zich dag in dag uit inzetten voor onze cliënten. Deze organisatie mogen leiden is een hele eer.” Rianne nam zelf pas enkele maanden geleden de fakkel over van Luc Goossens, die mee aan de wieg stond van de geïntegreerde werking waarvan we vandaag het resultaat konden zien.

“We mogen in Vlaanderen trots zijn op de ondersteuning van mensen met een beperking. Zeer professioneel en tegelijk zeer menselijk. Toch zijn de uitdagingen niet min. Als je op de wachtlijst staat, heb je een groot probleem. En door het jarenlang niet indexeren van de werkingsmiddelen wordt het vergunde zorgaanbieders moeilijk gemaakt. Er wordt aan één kant wel geïnvesteerd in zorg en welzijn, maar tegelijkertijd ook veel bespaard. De sector moet op beide punten perspectief krijgen.” – Hendrik Delaruelle

Hendrik Delaruelle, 
algemeen directeur Vlaams Welzijnsverbond
  • Studeerde orthopedagogiek.
  • Werkte als vrijwilliger, opvoeder en orthopedagoog.
  • Was 9 jaar sectorverantwoordelijke welzijn bij de organisatie Broeders van Liefde en is sinds 2015 directeur van het Vlaams Welzijnsverbond.
  • Woont in Melle met zijn partner.
Stefanie Pesant,
ergotherapeut bij Ten Dries
  • Studeerde ergotherapie.
  • Werkt al vijftien jaar in Ten Dries, sinds ze afstudeerde.
  • Woont in Evergem met haar partner en hun twee kinderen.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Margot Cloet

“De drive van dit team, daar kan ik alleen  bewondering voor hebben”

Margot Cloet steekt samen met verpleegkundige Aïko de handen uit de mouwen

Het is een zonnige najaarsochtend wanneer Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van koepelorganisatie Zorgnet-Icuro, aankomt in AZ Jan Portaels, een regionaal ziekenhuis
in het Vlaams-Brabantse Vilvoorde. Ze loopt er vandaag mee met geriatrisch verpleegkundige Aïko Blanckaert en vervoegt zo een team van maar liefst 830 medewerkers, 150 artsen en 65 vrijwilligers. 

Bij aankomst in de bedrijvige inkomhal van AZ Jan Portaels worden we opgewacht door een zeer enthousiast communicatieteam. Jolien en Emma nemen ons mee naar de derde verdieping van Blok A, waar zich de afdeling Geriatrie 2 bevindt. We maken er kennis met een al even enthousiaste groep verpleegkundigen en zorgkundigen. “We maken het niet elke dag mee dat iemand van hogerop met de botten in het veld komt staan”, klinkt het. “Fijn dat we op die manier eens kunnen tonen wat ons werk nu écht allemaal inhoudt.”

Directeur patiëntenzorg Yolande Daelemans en de collega’s overhandigen Margot haar eigen uniform voor de dag. Mét gepersonaliseerde badge. “We doen hier geen half werk hé”, zegt ze lachend terwijl ze Margot meeneemt naar de kleedkamers.

“De passie van een job in de zorg is een gevoel dat je onmogelijk kan overbrengen in een vacature, dat moet je écht beleven.” – Margot Cloet

Eens aangekleed kan de dag beginnen. Voor ons toch, want de ochtendroutine van de aanwezige zorg- en verpleegkundigen zit er op dat moment al op. “Alle bewoners zijn al gewassen en aangekleed”, vertelt Aïko. “Zie je het zitten om samen een trippelhoes op het bed te leggen van een patiënt die vannacht gevallen is? Dat is een speciaal hoeslaken dat rond de matras van het bed aangebracht wordt en dat overgaat in een jasje dat bovenop de patiënt wordt dichtgeritst. Zo wordt vermeden dat iemand ’s nachts uit bed kan vallen.”

“Het lijkt wat op een grote slaapzak”, merkt Margot op. “Precies”, zegt Aïko. “Het is ook een heel zachte manier van fixeren. Liefst beperken we mensen natuurlijk helemaal niet in hun bewegingsvrijheid, maar soms kunnen we niet anders. Zeker als je weet hoe zwaar de gevolgen kunnen zijn van een val bij ouderen. We leggen hen uiteraard ook uit waarom we dit doen.”

Druk druk druk

Onderweg naar de volgende taak vraagt Margot aan Aïko hoe het gesteld is met de werkdruk op de afdeling. “Dat varieert. Soms hebben we wel wat zelfstandige ouderen, maar meestal zijn onze patiënten zeer hulpbehoevend. Dat maakt het soms wel pittig. De personeelsplanning wordt opgemaakt op basis van het aantal patiënten per afdeling, maar eigenlijk hangt onze workload vooral af van de zorgzwaarte van de aanwezige patiënten.”

“We zien veel mensen die het beroep verlaten en die op pensioen gaan, en daarnaast zijn er ook steeds minderinschrijvingen in de opleidingen voor verpleegkundigen. In sommige ziekenhuizen moeten afdelingen zoals deze vandaag al sluiten als gevolg van een personeelstekort. Merken jullie dat ook?”, vraagt Margot.
“Absoluut”, zegt Aïko. “Het voorbije jaar zijn er enkele collega’s op pensioen en in zwangerschapsverlof gegaan, maar zij zijn niet vervangen. Er zijn ook logistieke medewerkers vertrokken waarvoor men geen vervanging kon vinden. We doen dan ook al heel lang, zowel overdag als in het weekend, logistieke taken zelf omdat we maar één logistieke medewerker hebben. Die kan hier uiteraard niet 24 op 24 zijn. Maar dat zorgt natuurlijk wel weer voor extra werk en tijd die we niet aan de patiënten kunnen besteden.”

“Daarnaast hebben we ook een aantal COVID-bedden zonder dat daar extra bestaffing voor is”, valt haar collega Heidi Vanderstappen haar bij. “Nu zijn dat vier bedden, deze zomer waren dat er nog acht à negen. Daarbij komt ook nog dat die patiënten in isolatie liggen en we dus telkens heel wat beschermend materiaal moeten aan- en uittrekken wanneer we hen moeten verzorgen.” 

“Ik doe ook nachten en dan sta je hier sowieso alleen voor 25 patiënten. Er zijn wel mobiele verpleegkundigen aanwezig in het ziekenhuis die twee keer per nacht langskomen en die we mogen bellen wanneer we hulp nodig hebben, maar je kan simpelweg niet overal tegelijkertijd zijn”, besluit Aïko. 

Van het begin naar het einde

Terwijl Aïko aan Margot toont hoe ze medicatie klaarmaakt voor en invoert in het computersysteem, vertelt ze hoe ze op geriatrie is terechtgekomen. Dat bleek niet haar oorspronkelijke plan. “Ik ben eigenlijk afgestudeerd als vroedvrouw in 2017, maar een vaste job vinden op een materniteit was toen quasi onmogelijk. Ik had al vakantiewerk gedaan bij de mobiele ploeg van AZ Jan Portaels en sprong toen geregeld bij op deze afdeling. Net voor ik afstudeerde, kreeg ik een bericht van An (Ronsmans, afdelingsverantwoordelijke van Geriatrie 2, red.) om te vragen of ik hier niet voltijds aan de slag wou.

Het idee was dat ik dit tijdelijk zou doen, tot er een plek vrijkwam op de materniteit. Maar ondertussen ben ik hier zes jaar en wil ik niet meer weg. Dat we zo’n hecht team hebben dat erg goed op elkaar ingespeeld is, draagt daar natuurlijk ook aan bij. Je blijft niet op een job voor je collega’s alleen, maar zij kunnen wel een enorm verschil maken in hoe graag je die job doet. Ik heb in de tussentijd effectief op de materniteit gewerkt, maar ik was er niet gelukkig. Na vier maanden heb ik gevraagd of ik terug naar de afdeling geriatrie mocht. Dit is waar mijn hart ligt.”

“Wat een switch”, zegt Margot bewonderend. “Van het begin van het leven naar het einde van het leven. Dat toont maar weer eens hoe flexibel verpleegkundigen zijn!”

“Het idee was dat ik hier tijdelijk zou werken, tot er een plek vrijkwam op de materniteit. Maar ondertussen ben ik hier zes jaar en wil ik niet meer weg.” – Aïko Blanckaert

We volgen Aïko naar de kamer van een van de patiënten. “Mag ik uw geboortedatum eens?”, vraagt ze aan een montere man in de hoek van de kamer. Haar zin is amper af of hij heeft zijn geboortedatum al uitgesproken: 4 september 1933. “U weet het goed hé”, lacht Aïko. “Het is dan ook nog niet lang geleden”, reageert de man spitsvondig. “Maar ik vraag dat niet om uw geheugen te testen hoor, we doen dat om zeker te zijn dat we de juiste medicatie aan de juiste patiënt geven”, legt Aïko uit.

Intussen zet zijn kamergenoot grote ogen op. Margot legt hem uit waarom ze vandaag mee op pad is met Aïko, met een reporter en fotograaf in haar kielzog. “En komt dat dan in de gazet?”, vraagt hij. “En wanneer? Want dan kan ik mijn vrouw verwittigen hé!”

Om stil van te worden

“De palliatieve eenheid is momenteel volzet, dus liggen er drie palliatieve patiënten op onze afdeling. Een van hen mag nu wel naar daar, dus gaan we haar even wegbrengen”, zegt Aïko. “Daar word ik heel stil van”, reageert Margot. “Ik heb sowieso enorm veel bewondering voor elke verpleegkundige, maar de drive die jij en je collega’s tonen op een afdeling die zowel mentaal als fysiek best zwaar is … Ik weet dat ik in herhaling val, maar ik ben echt enorm onder de indruk en word hier heel nederig van.”

Na een lange wandeling komen we aan in De Cirkel, de afdeling palliatieve zorg van AZ Jan Portaels. “Meteen een heel andere sfeer”, merkt Margot op. “Veel gemoedelijker. Een groot contrast met de bedrijvigheid in de rest van het ziekenhuis.”

“Dat is ook precies de reden waarom De Cirkel zich in een andere vleugel bevindt”, legt Aïko uit. “Hier kunnen mensen echt tot rust komen.” De kamers zien er heel anders uit dan de klassieke ziekenhuis-kamers: sfeervoller en huiselijker. Er is ook een gemeenschappelijke living en een stille ruimte waar zowel patiënten als hun naasten vrij terechtkunnen. “Hier wordt er ook niet gewerkt via een stikt dagschema, maar stellen we de verzorging en de maaltijden af op het ritme van de patiënt”, vertelt palliatief verpleegkundige Mira. “Onze zorg richt zich immers op comfort en levenskwaliteit in plaats van op levensduur.”

Wanneer we met een leeg bed terugkeren naar Geriatrie 2, zijn we allemaal stil.

“Soms hebben we wel wat zelfstandige ouderen, maar meestal zijn onze patiënten zeer hulpbehoevend. Dat maakt het soms wel pittig.” – Aïko Blanckaert

Ongebreidelde passie

Wanneer we Margot een week later opbellen om te vragen wat haar is bijgebleven, hoeft ze daar niet over te twijfelen. “Ik heb er nog heel vaak aan teruggedacht. Vooral de ontzettende warmte binnen het team heeft me echt geraakt. Hoe zij elkaar ondersteunen om samen het beste te kunnen realiseren voor hun patiënten, dat was erg mooi om te zien. Ook de ongebreidelde passie voor hun job vond ik indrukwekkend. Het is een gevoel dat je onmogelijk kan overbrengen in een vacature, dat moet je écht beleven.”

Ook Aïko is de passage van Margot nog niet vergeten. “Het was een heel fijne ervaring. Het is natuurlijk altijd leuk om lovende woorden te horen over je werk, maar daarnaast was het ook een aangename samenwerking en hadden we meteen een goed contact. Margot mag nog langskomen!”

Aïko BLANCKAERT,
verpleegkundige in AZ Jan Portaels
  • Werkt sinds 2017 op de afdeling Geriatrie 2 van AZ Jan Portaels.
  • Doet dat zowel overdag als ’s nachts en in het weekend.
  • Studeerde vroedkunde maar vond geen vaste job in die sector en verloor haar hart aan de ouderenzorg.
  • Woont in Vilvoorde met haar partner en hun twee honden.
Margot Cloet,
gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro
  • Richtte in 2002 Minor-Ndako op, werd in 2010 adjunct-kabinetschef en in 2014 kabinetschef bij toenmalig minister van Welzijn Jo Vandeurzen.
  • Is sinds 2017 topvrouw bij Zorgnet-Icuro.
  • Studeerde pedagogische wetenschappen.
  • Woont in Strombeek-Bever met haar partner.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.


                                                         


Karine Moykens

“Hier kom je werken vanuit je hart

Karine Moykens treedt in de voetsporen van diensthoofd verpleegkundige Katia

Katia Damman staat elke dag klaar om bewoners met een neuromotorische beperking op te volgen bij de West-Vlaamse zorginstelling Dominiek Savio. Ze doet dat met een tomeloze inzet en een rugzak vol technische bagage. “De zorgzwaarte is hier heel hoog”, zegt ze. Karine Moykens is onder de indruk na een half dagje in het zog van deze bevlogen verpleegkundige. “Dit soort zorg zal altijd broodnodig blijven.” 

Dominiek Savio in Hooglede-Gits maakt deel uit van de groep die Gidts, die extra kansen creëert voor mensen met een beperking. Dominiek Savio staat in voor onderwijs en zorg voor kinderen, jongeren en volwas-senen met een neuromotorische beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Die zorg wordt in de verschillende woongroepen in het centrum voorzien. 

Aan ruimte in ieder geval geen gebrek op dit imposante kasteeldomein. Katia Damman, diensthoofd verpleegkundige op de afdeling van de volwassenen, ontvangt ons in een kasteeltje dat dienst doet als onthaal. “Ik ben een meewerkend diensthoofd”, corrigeert ze meteen. “Dat betekent dat ik gemiddeld één dag per week diensthoofdtaken uitvoer, zoals uurroosters maken. Maar op de andere dagen werk ik 100% mee en doe ik dag-, avond- en weekenddiensten. Zo kan ik steeds de flexibiliteit van het team goed inschatten en krijg je meer gedaan. Bovendien ben ik zo meer mee met de problematiek van onze bewoners. Ik loop in de wandelgangen en de kamers en voel, zie en hoor heel veel.”

Bij Dominiek Savio tellen ze momenteel 28 verpleegkundigen, dat is te weinig voor een 24 uurspermanentie. “We zijn al heel blij als er iemand solliciteert op onze vacatures. Momenteel staan er drie vacatures open die niet ingevuld raken. Dat is jammer, want de andere verpleegkundigen raken op den duur uitgeblust.” 

Karine Moykens, secretaris-generaal van het Vlaamse departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, knikt instemmend. “Zowel de continuïteit van de zorg als de draagkracht van de zorgverleners komen zo in gevaar. Die moeten dubbele shifts draaien en zich dus dubbel plooien. De loonbarema’s liggen hier ook lager dan in ziekenhuizen, ook dat is een pijnpunt.” 

Zorgen met het hart en het hoofd

Op de volwassenenafdeling hebben de 88 bewoners een neuro-motorische beperking, ofwel door cerebrale parese (CP), een beschadiging of verlamming van de hersenen die ontstond voor of tijdens de geboorte of in het eerste levensjaar, ofwel door een niet-aangeboren hersenletsel (NAH), vaak door een ongeval.
Die hersenverlamming beïnvloedt de lichaamsbeweging, de aansturing van de spieren (controle, spanning en kracht), reflexen en coördinatie, de houding en balans (evenwicht) en leidt tot forse beperkingen in dagelijkse activiteiten. “De meeste bewoners zijn mentaal goed tot heel goed”, weet Katia. “Ze hebben vooral een grote fysieke beperking, waardoor de zorgzwaarte heel hoog is. Eén ding is zeker: hier kom je werken omdat je een hart hebt voor mensen met een beperking.”

“Onze bewoners hebben een grote fysieke beperking waardoor de zorgzwaarte heel hoog is.” – Katia Damman, diensthoofd verpleegkundige

“Dat kan ik enkel beamen”, zegt Karine. “Verpleegkundigen die niet enkel technische handelingen willen verrichten maar ook en vooral warme zorg verlenen, passen beter in de welzijnssectoren.”

“Dat klopt, maar ik wil dit toch wat nuanceren”, repliceert Katia. “In de loop der jaren is hier heel veel techniciteit bijge-komen. We volgen 15 uur opleiding per jaar en bij ziekenhuisopnames van onze bewoners gaan we mee om extra technieken aan te leren. We maken video’s en geven onze eigen verpleegkundigen bijscholing. Sommige bewoners kunnen zelf niet meer bewegen en worden beademd via een tracheacanule. Ze hebben zelf niet de kracht om ‘fluimen’ op te hoesten, dan moeten wij snel in de bres springen”, zegt ze kordaat. Ze wijst naar een ‘noodbel’. “Vaak gebruik ik een step om zo snel mogelijk op de kamer te zijn.” 

’s Morgens start Katia met bloedafnames en verzamelt ze zoveel mogelijk medische info over alle bewoners. Die info wordt in het verpleegkundig logboek geregistreerd en kan gedeeld worden met elke zorg-verlener. Vervolgens doet ze haar ronde, van woongroep naar woongroep. “Wij zijn de rechterhand van de arts, wij assisteren hem, volgen ziektebeelden op en reageren snel op noodsituaties. Ik doe zelf geen zorg aan bed tijdens mijn daguren (wel ’s avonds en in weekends, red.), maar ga wel op alle kamers binnen om te horen hoe het is met de
bewoners. Ik voer ook technische verpleegkundige taken uit, zoals de beademings-apparatuur checken, nieuwe sondes steken …”

Domotica als handig hulpmiddel

“Genoeg gepraat, laten we aan onze ronde beginnen.” Katia is een doener, de zaken moeten vooruitgaan. Met stevige tred gaat het richting de woonafdeling ‘De Balans’, een woongroep voor mensen met een fysische beperking maar ook met gedragsstoornissen. Domotica speelt hier een hoofdrol: deuren gaan automatisch open en toe, gelinkt aan het gedrag van de bewoners. “De woonbegeleiding stelt dit in”, vertelt Katia. Ze toont ons de time-outruimte.  Die dient om bewoners te beschermen tegen zichzelf en anderen bij een uitbarsting. “Gelukkig moeten we deze kamer zelden gebruiken. De meesten hebben hier wel nood aan één op één-begeleiding van onze opvoeders. Alle verpleegkundige zorgen gebeuren daarom door de externe thuisverpleging.” 

We springen even binnen bij bewoner Frederik, wiens sondevoeding wordt gecontroleerd. “Na zijn covidbesmetting bleef hij hoesten met fluimen. Hij kreeg sondevoeding aan 125 ml/uur, dat is de maximumsnelheid voor een goede vertering. We hebben die nu trager gezet, omdat we vermoeden dat de maag niet voldoende ledigt, waardoor hij reflux krijgt, slijm-vorming maakt in de keel en hoest. Het is vaak zoeken naar de juiste oplossing, we kijken veel naar non-verbale signalen, want zelf kunnen ze hun pijn niet altijd aangeven of benoemen.”  

“Bij Katia voel je meteen haar enorme ervaring. Ze stelt voortdurend vragen aan de bewoners en checkt alle non-verbale signalen.” – Karine Moykens

Ventileren bij vertrouwenspersonen

Van De Balans gaat het naar een volgende woongroep waar bewoners verblijven met de spierziekte van Duchenne. “Vaak belanden ze vanaf negen jaar al in een rolstoel en vanaf 14 jaar hebben ze nachtelijke beademing nodig via een masker”, vertelt Katia. We springen binnen bij Kevin (29), die onlangs op het VRT-journaal verscheen in een reportage naar aanleiding van de torenhoge energiekosten voor zorgvoorzieningen. “Een bekende Vlaming hè”, lacht Katia. Over zijn handen zit een soort ‘koepeltje’ met extra verwarming, zodat hij zijn handen goed kan warm houden en een kleine joystick bedienen. “Als hij koude handen heeft, kan hij niets meer. Dankzij slimme domotica kan hij zoveel meer: zijn televisie aanzetten, computerspelletjes spelen, naar Netflix kijken.”
“Toch mooi dat daardoor zijn bewegingsvrijheid vergroot en hij nog in grote mate zelf kan beslissen wat hij wil doen”, antwoordt Karine.

Vroeger werden personen met spierziektes niet ouder dan 24 jaar omdat er veel minder medische knowhow beschikbaar was.
“Ondertussen hebben we Duchenne-patiënten van boven de dertig.”
Ons oog valt op het afscheidsprentje van Pieter, een dertiger. “We weten dat dat moment er vroeg of laat aan komt. Gelukkig kunnen we steeds bij elkaar en bij twee vertrouwenspersonen zaken ventileren. En mijn fiets is mijn psycholoog (lacht).

De bel gaat. “Op afdeling wonen 1 is iemand uit zijn bed gevallen, hij is een beetje gekwetst aan de buik. We zullen straks gaan kijken, het is niet zo dringend.”

Even later zijn we te gast bij Pascal en Iris, een koppel dat samenwoont op een kamer. Hij heeft spina bifida, zij cerebrale parese. “We hebben iemand mee van het ministerie.” “Het ministerie?” herhaalt hij lijzig. We barsten allemaal in lachen uit.
“Ik wil niet dat die mensen naar mijn gat komen kijken hé?” Humor kan de zorgzwaarte soms iets lichter maken.

Ook Jolien, die last heeft van propjes in de oren, is blij met ons bezoekje. Twee koptelefoons springen in het oog. “Eentje dient voor muziekfestivals, dit jaar was ik op Dranouter.” “Ik heb je daar gezien”, antwoordt Karine spontaan. Er ontspint zich een fijn gesprekje. Jolien is mentaal heel goed en streeft naar meer zelfstandigheid. “Ze wil graag alleen gaan wonen, maar dat is niet zo evident natuurlijk.”

En dan is het tijd voor Johan, de man die deze morgen uit zijn bed viel. Katia gaat er langs, samen met een dokter. Ze checken de lichte kneuzing op zijn buik en spoelen ook zijn oren uit met warm water. Aan de muren hangen opvallend veel foto’s en tekeningen van vogels. “Ik heb vroeger nog Australische praatvinken gekweekt”, zegt hij fier. Hoewel we bij de meeste bewoners ‘binnenvallen’, worden we bijna steeds vriendelijk onthaald.

Levenskwaliteit als hoogste goed

Opeens gaat de noodbel voor Tijs, die last heeft van fluimen. Hij lijdt aan de zieke van Duchenne en kan niet meer spreken sinds vorig jaar, daarom communiceert Katia via liplezen en oogcommunicatie. Hij heeft ook een spraakcomputer. “Eenmaal je geïntubeerd bent en aan de machine beademd werd, lukt het meestal niet meer voor Duchenne-patiënten om terug te vallen op hun oorspronkelijke mondpijp- of maskerbeademing. De enige optie is dan een tracheotomie, een operatie waarbij een opening in de voorzijde van de luchtpijp (trachea) wordt gemaakt, in het midden van de hals, vlak boven het borstbeen. Door deze opening wordt een buisje (canule) in de luchtpijp geplaatst.”
Er is ook een probleempje met de ‘cuff’, een kleine ballon die gevuld kan worden met lucht, dat Katia vakkundig oplost. “Hij gaat ook regelmatig in Vte-alarm, dat betekent dat de longen onvoldoende geventileerd worden. Door zijn houding te veranderen, kan je dat deels oplossen. En ik heb ook zijn bovenste luchtwegen geaspireerd. Bij een noodoproep tot aspiratie bij onze tracheopatiënten heb je amper een paar minuten tijd om daar te zijn.”

“Bij een noodoproep voor aspiratie bij onze tracheopatiënten moet je binnen de paar minuten daar zijn.” – Katia Damman

Na een rollercoaster van drie uur belanden we terug op het bureau van Katia. Karine steekt haar bewondering voor deze organisatie én energieke verpleegkundige niet onder stoelen of banken: “Dit is een topinstelling met een heel goede reputatie. Ik probeer elk jaar een werkbezoek te doen in elke sector, maar meestal ga ik mee met mijn inspecteurs, dit is toch een heel ander soort bezoek. Bij Katia voel je meteen haar enorme ervaring. Ze stelt voortdurend vragen aan de bewoners en checkt alle non-verbale signalen. Zelf kon ik hier uiteraard geen zorgen toedienen, want ik heb niet de nodige medische en verpleegkundige kennis noch vereiste competenties. Met al deze gradaties van zorgzwaarte moet je heel goed oppassen wat je doet.”

De medische vooruitgang zorgt ervoor dat we langer kunnen leven, maar de zorggraad wordt steeds hoger. “Natuurlijk willen we allemaal zo lang mogelijk thuisblijven, of je nu een beperking hebt of een oudere persoon bent, maar dit soort voorzieningen zullen meer dan ooit nodig blijven. En zolang mensen levenskwaliteit ervaren, moeten wij ervoor zorgen. De bewoners zelf moeten die grens bepalen, hoezeer het einde ook nabij is”, besluit Karine.

Karine Moykens,
secretaris-generaal van Vlaams departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
  • Studeerde klassieke filologie (UGent).  Sinds 1992 is ze als ambtenaar actief in het domein van welzijn en gezondheid.  
  • Van 2004 tot 2013 werkte ze als (adjunct)kabinetschef voor verschillende ministers bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Werd in 2019 verkozen tot overheids-manager van het jaar.
  • Is nu secretaris-generaal (leidend ambtenaar) van het Vlaamse departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Katia Damman,
diensthoofd dagverpleging op afdeling volwassenen bij Dominiek Savio
  • Studeerde af als geriatrisch verpleegkundige.
  • Werkte eerst acht jaar in de thuiszorg.
  • Hoofdverpleegkundige van de dagverpleging op de afdeling zorg volwassenen bij Dominiek Savio.
    In 2011 startte ze op deze dienst.  

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je graag op de hoogte blijven van het laatste nieuws bij
Dag v/d Zorg? Schrijf je dan in op onze nieuwsbrief.