Caroline Gennez over werken met en voor mensen

“Hoe beter we vandaag voor elkaar zorgen,
hoe sterker onze samenleving morgen is.”

Vijftien jaar Dag van de Zorg is vijftien jaar lang tonen wat vaak onzichtbaar blijft: zorg als dagelijkse realiteit, mogelijk gemaakt door toegewijde professionals met een groot hart en sterke schouders. We spreken met Caroline Gennez, Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen. Niet alleen over beleid en cijfers, maar ook over de impact van zorg op een mensenleven. “Op een bepaald moment in ons leven hebben we allemaal zorg nodig.”

©Hannah Moens
©Hannah Moens

De zorgsector komt vaak in het nieuws om wat moeilijk loopt. Hoe kijk jij daar persoonlijk naar?

Caroline: “Ik begrijp de berichtgeving, en inderdaad, de werkdruk ís hoog en de personeelstekorten groot. Cijfers en structuren zijn nodig, maar op het terrein zie ik ook iets anders: trots, verbondenheid en veel plezier in het werk. Ik herinner me bijvoorbeeld een recent bezoek aan een woonzorgcentrum. Daar schakelden ze een muziektherapeut in. Eerst waren collega’s sceptisch, maar al snel zagen ze hoeveel rust muziek bracht bij bewoners met dementie én hoe het hun eigen werk verlichtte. Dat zijn verhalen die tonen waar zorg echt over gaat.”

Woonzorgcentra roepen vaak weerstand op. Begrijp je dat?

Caroline: “Ja, absoluut. Mensen zeggen snel: ‘Daar hoop ik nooit terecht te komen.’ Ook in de recente 60-plussers barometer van de Koning Boudewijn Stichting zeggen mensen dat ze liefst zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Maar als je er binnenstapt, zie je vaak iets anders. Mensen die lang alleen woonden, die vereenzaamden, vertellen me: sinds ik hier ben, heb ik opnieuw vrienden, activiteiten, structuur. Het kan een tweede thuis zijn. Dat perspectief is belangrijk.”

Wat betekent Dag van de Zorg voor jou?

Caroline: “Het openzetten van deuren, letterlijk en figuurlijk. Zorg is voor veel mensen iets abstracts, tot ze ermee geconfronteerd worden. Door voorzieningen en scholen open te stellen, zien mensen hoe zorg er in de praktijk uitziet. Hoe warm die plekken zijn. Hoeveel creativiteit, humor en menselijkheid daar aanwezig is. Dat maakt zorg tastbaar.”

Naast de opendeurdag is er ook een volledige Week van de Zorg, met voor het eerst de Open Scholenmarathon. Wat is de rol van onderwijsinstellingen voor zorg en welzijn?

Caroline: “Onderwijsinstellingen spelen een cruciale rol in de zorg. Via initiatieven zoals de Open Scholenmarathon kunnen jongeren vroeg kennismaken met zorg- en welzijns­beroepen. Zo bereiken we de nieuwe generatie rechtstreeks, in plaats van alleen te vertrouwen op latere doorstroom van volwassenen. Het zou fantastisch zijn als het aantal afgestudeerden in zorg en welzijn blijft groeien. Niet alleen verzorgenden, kinderbegeleiders of verpleegkundigen, maar ook ergotherapeuten, psychologen en artsen, want we hebben echt iedereen nodig. Met sterke campagnes en initiatieven zoals Dag van de Zorg kunnen we meer mensen inspireren om vol voor de sector te kiezen.”

“Het zou fantastisch zijn als het aantal afgestudeerden in zorg en welzijn blijft groeien. Niet alleen verzorgenden, kinderbegeleiders of verpleegkundigen, maar ook ergotherapeuten, psycho­logen en artsen, want we hebben echt iedereen nodig.”

Je staat zelf ook dicht bij zorg, als dochter. Wat leer je hieruit?

Caroline: “Mijn ouders zijn in de tachtig. Het gaat goed, maar zodra er iets misloopt, besef je hoe essentieel het netwerk rond hen is: huisartsen, thuiszorg, vrijwilligers. Ik heb zelf ook een heel goede band met mijn huisdokter. Ik ga er gelukkig niet vaak naartoe, maar als het nodig is, is er tijd voor een gesprek. Dan gaat het niet alleen over gezondheid, maar ook over hoe het écht met je gaat. Dat toont voor mij waar goede zorg over draait: de mens zien achter de ziekte. Zorg is en blijft mensenwerk, en wie met het hart op de werkvloer staat, maakt echt het verschil.”

Is het ook een roeping, denk je?

Caroline: “Voor velen wel, maar het hoeft geen voorwaarde te zijn. Ik zie ook mensen die later instromen, na een carrière in een totaal andere sector, en die zeggen: ‘Wat heb ik al die jaren gedaan?’ Soms groeit de goesting onderweg.”

Als je zelf een job in de zorg zou uitoefenen, welke zou dit dan zijn?

Caroline: “Als ik zelf in de zorg zou werken, zou ik graag mensen met een beperking ondersteunen. Ik vind het belangrijk dat ze gezien worden voor wie ze zijn, met hun eigen talenten en persoonlijkheid. Ik denk ook dat je er veel voor terugkrijgt. En ook: ik zou gegaranderd een job hebben (knipoogt).”

Wat bedoel je daarmee?

Caroline: “Zorg en welzijn bieden veel werkzekerheid. In een vergrijzende samenleving is er steeds meer zorgpersoneel nodig om goed voor elkaar te blijven zorgen. Bovendien blijft de zorg, juist in tijden van technologische veranderingen en AI, mensenwerk. Gelukkig beseffen steeds meer mensen dit. Dit jaar telt de sector al 18,3 procent meer zorgkundigen dan vorig jaar.

En hoe kunnen we mensen in zorg en welzijn houden?

Caroline: “Mensen blijven in de sector als ze kunnen doen waarvoor ze gekozen hebben: zorgen voor mensen. Dat lukt het best in vaste teams, met minder administratie en meer autonomie. Daar wil ik actief op inzetten: kritisch kijken welke administratie echt nodig is, en onderzoeken hoe techno­logie kan helpen, bijvoorbeeld door zaken in te spreken in plaats van alles te moeten uitschrijven. Zo bevrijden we zorgverleners van planlast en ingewikkelde rapportering, en krijgen ze opnieuw tijd voor hun kerntaak.”

Welke boodschap wil je meegeven, na vijftien jaar Dag van de Zorg?

Caroline: “Kies voor zorg en welzijn. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het zinvol is. Niemand kan het alleen. Op een bepaald moment in ons leven hebben we allemaal zorg nodig. Hoe beter we vandaag voor elkaar zorgen, hoe sterker onze
samenleving morgen is.”