Hoe Zorgbedrijf Antwerpen een leercultuur installeert

“Een poetshulp die zorgkundige werd en nu werkt als loopbaanbegeleider. Why not?”

Levenslang leren. Het is bijna een modebegrip geworden in een steeds krappere arbeidsmarkt. Bij Zorgbedrijf Antwerpen zijn ze zich er sterk van bewust welk verschil een goede leercultuur kan maken voor medewerkers, teams en uiteindelijk voor de kwaliteit van zorg. “Leren stimuleren is aan de slag gaan met teams. Want teams waar veel bespreekbaar is, hebben een hoog leervermogen.”

Wie zijn Stien Hol en Kelly Eelen?

Stien Hol werkt als loopbaan-begeleider en Kelly Eelen als adviseur training en ontwikkeling. 

Samen met een twintigtal collega’s vormen zij het leercentrum van Zorgbedrijf Antwerpen waar alles rond vorming, begeleiding en training samengebracht werd. 

Ze weten zelf niet zo goed waarom zij twee precies zijn uitgekozen voor dit gesprek over hun leercentrum. Maar dat wordt al snel duidelijk: praatgraag, enthousiast en met veel kennis en nuance gidsen Stien Hol en Kelly Eelen ons door hun werking. “Een lerende organisatie is niet hetzelfde als twee keer per jaar een gemeenschappelijke opleiding volgen”, antwoorden ze op de vraag wat een goeie leercultuur nu precies betekent. “Leren begint voor ons bij een open feedback-cultuur, zowel naar collega’s als naar leidinggevenden. Uit feedback kan je leren. Het is een cadeau.”

Zorgbedrijf Antwerpen telt – versnipperd over de regio Antwerpen – meer dan 4.000 medewerkers actief in woonzorgcentra, thuisdiensten, dienstencentra, assistentiewoningen en diensten voor gezinnen. Het leercentrum is de plek waar die duizenden collega’s opgeleid, getraind en begeleid worden tijdens de job, maar ook als ze er net aan de slag gaan. De naam? Het Nest. “Daar zit een mooie betekenis achter. Alle medewerkers die bij het Zorg-bedrijf starten, komen hier langs om kennis te maken met de verschillende diensten en de directie. We leggen hen bepaalde apps uit en lichten de belangrijkste afspraken toe.” 

Van daaruit kunnen ze dan uitvliegen naar hun werkplek.

Stien: “Exact. Dat is het idee achter ‘Het Nest’. Maar ze komen ook terug. Zo organiseren we per functie terugkomdagen om de vinger aan de pols te houden en niet zomaar los te laten.” 

Kelly: “Elke medewerker is gelijkwaardig en krijgt evenveel ruimte om op een goede manier onthaald te worden en tijdens de loopbaan bij te leren. Ongeacht de locatie of afdeling waar ze werken. Maar die gelijkwaardigheid waarmaken, kan alleen door de dingen goed gestructureerd en gecentraliseerd aan te pakken. In die zin is een plek zoals ons leercentrum een troef.”

Feedbackcultuur

Bij leren denken we vaak aan de typische klassikale opleiding. Welke plek neemt die vandaag nog in?

Stien: “Gemeenschappelijke vormingen kunnen nuttig zijn, maar ze zijn niet de essentie. Leren stimu-leren is aan de slag gaan met teams, want teams waar veel bespreekbaar is, hebben een hoog leer-vermogen. Er is al veel gezegd en geschreven over feedbackcultuur, maar elkaar feedback durven geven, hulp durven vragen, samen problemen aanpakken en oplossingen bedenken: daar begint het allemaal.” 

Kelly: “En pas op: in het begin kan feedback bedreigend overkomen, maar geleidelijk aan wordt dat ‘normaal’ en ervaren we het als iets positief.” 

Stien: “En als we dan eens een ‘klassikale opleiding’ organiseren, dan hameren we op twee dingen: fun en ervaringsgerichtheid.”

Hoe uit zich dat concreet? 

Kelly: “In onze simulatieflat doen we poetsoefeningen, maar evengoed leren medewerkers er signalen oppikken over de toestand van cliënten aan de hand van wat ze er aantreffen. Tijdens onze Experience Days plannen we al onze medewerkers in blokken van halve dagen in om zich rond een thema te verdiepen. Niet door in een klaslokaal te zitten, maar door vrij deel te nemen aan een 30-tal verschillende workshops enerzijds en op een speelse manier kennis te maken met allerlei nieuwigheden anderzijds.”

Stien: “Vorig jaar was het thema ‘Let’s connect’. Denk dan aan workshops verbindende communicatie of een lachsessie enerzijds en dingen ontdekken anderzijds: een ouderdomspak testen, tremorhandschoenen aantrekken of met een VR-bril een situatie of omgeving simuleren. Ja, daarin zit veel ervaringsgerichte ‘fun’, maar dat zorgt er precies voor dat het niet als een saaie, nutteloze dag ervaren wordt. Wie zich goed voelt en plezier maakt, leert makkelijker en sneller.”

Of ze leren het via een app…

Stien: “We hebben inderdaad een app voor online leren. Gebruiksvriendelijk en toegankelijk met een hele reeks e-learnings van een tiental minuten. Met goeie voorbeelden, eenvoudige taal en duidelijke afbeeldingen of een korte quiz proberen we de theoretische zaken op een fijne en beknopte manier uit te leggen. Maar weet dat digitale geletterdheid op zich ook een uitdaging blijft voor veel mensen. Niet iedereen is ermee opgegroeid.”

“Via stages krijgen jongeren een ander beeld van de jobs in een woonzorgcentrum.”

Persoonsgericht

De wereld verandert razendsnel en de overheid komt vaak met wetswijzigingen. Hoe zorgen jullie dat medewerkers up-to-date blijven met wat van hen verwacht wordt?

Kelly:Een goed voorbeeld is de job van zorgkundige. Zij mogen sinds een tijdje vijf handelingen extra uitvoeren. Maar die moeten ze ook onder de knie krijgen. Door dat op een gestructureerde manier aan te pakken, hebben we dat breed uitgerold. Gelijkwaardig voor iedereen.”

Stien: “Hetzelfde met de ADL-taken (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen, nvdr.) die onder andere een medewerker kamerzorg of polyvalente medewerker tegenwoordig mag opnemen. De wetgeving laat toe dat zij ondersteunen bij eten, hygiëne of mobiliteit, maar zegt niet dat daar opleiding voor voorzien moet worden. Daarin onderscheiden we ons. We vinden het belangrijk om collega’s zorgvuldig mee te nemen, te laten groeien en te begeleiden. Soms is het voor mensen ook een opstap naar een meer zorggerichte job. Een poetshulp die zorgkundige werd en nu werkt als loopbaanbegeleider. Why not? De vraag is altijd: wie is de persoon die voor ons zit, wat kan hij of zij en welke wil is er?”

War for students

Als woonzorgcentrum moeten jullie concurreren met algemene zieken-huizen om studenten warm te maken bij jullie te komen werken. Hoe lastig is dat?

Kelly: “Er is momenteel al een hele poos een soort war for students aan de gang. Elke organisatie wil die ene student een stage aanbieden. Jonge mensen hebben graag wat adrenaline. De vibe van een operatiekamer blijft tot de verbeelding spreken. En nee, dat vind je niet in een woonzorgcentrum. Maar wat is er mooier dan een diepgaande relatie met een bewoner aangaan? Dan langdurige en intensieve zorg bieden aan mensen? Dan met een multidisciplinair team in een gemoedelijke sfeer ouderen in de laatste fase van hun leven een waardig bestaan te schenken en actief te houden? Niets, toch?”

Stien: “Helemaal mee eens. Via stages krijgen jongeren toch een ander beeld van de job in een woonzorgcentrum. Daarom zijn stages zo belangrijk en zetten wij er hard op in met veel aandacht voor goed mentorschap zodat elke stagiair goed begeleid wordt en een vaste contactpersoon heeft. Ze moeten de dingen stap voor stap leren. Nee, hier hoeven ze niet op de eerste dag een bewoner onder de douche te wassen.”

Voor een grote organisatie als die van jullie is zo’n leercentrum realistisch. Maar hoe moet een directeur van een woonzorgcentrum met 150 mede-werkers en beperkte middelen die leercultuur versterken?

Kelly: “Niet door hen naar dure opleidingen te sturen alleszins (lacht). Kijk, alles begint met leren bespreekbaar maken. Vraag je leidinggevenden, afdelingshoofden of teamcoaches om ‘leren’ als onderdeel van teammeetings te integreren. Maak tijdens die briefings ruimte om voorbeelden te delen: van wat mensen geleerd hebben, van hoe ze een moeilijke situatie hebben omgebogen of van situaties waar ze voor staan. En laat collega’s meedenken of gewoon leren van elkaar. Zo bed je het in in de bestaande structuren. En investeer in je leiding-gevenden.”

Stien: “Onze droom is dat elke medewerker of leidinggevende zijn eigen sterktes en werkpunten kent. En dat we tijdens de loopbaan met dat portfolio aan de slag kunnen gaan. Elk op hun tempo. Een leerpad op maat.”

“Alles begint met ‘leren’ bespreekbaar maken.”